Oftewel: hoe onwaarschijnlijk lelijk kunnen keyboards klinken?
Uit het vervolg van dit stukje zal blijken dat ik werkelijk helemaal niets van deze band of dit album afwist. Wat veel interessanter is: welke invloed een verkeerde aanname over de achtergrond of plaats in de muziekgeschiedenis kan hebben op de manier waarop je naar muziek luistert.
Ik wist hoegenaamd niets over band of album. Dat zei ik al. Toen het uit de randomgenerator rolde en ik het opzocht in het spreadsheet met de lijst wist ik zelfs niet in welk decennium ik moest zoeken. Negentig of tachtig gokte ik; dat bleek te kloppen maar wel helemaal in het begin van de jaren tachtig (1981). Dat vond ik al een tikje verwarrend, de bandnaam suggereert een wat later tijdstip. Meestal kijk ik als ik echt geen idee heb even op wikipedia om wat achtergrond te hebben. Maar dat deed ik deze keer niet, ik ging volledig onbevangen de wedstrijd in. Afgaande op de bandnaam die automatisch associaties oproept met alternatieve gitaarmuziek – die aanname bleek te kloppen – en op de albumtitel die vanzelfsprekend associaties oproept met de Engelse keyboardrockgroep (een zeldzame combinatie) Talk Talk en het jaartal 1981, toen in de VS nauwelijks iets bestond als alternatieve gitaarmuziek veronderstelde ik automatische dat dit een Engelse band zou zijn.
Met die aanname ging ik dus luisteren en ik snapte het niet. Ik kon de muziek niet plaatsen, vond het uiterst merkwaardig klinken voor begin jaren tachtig, een soort muziek die pas meer dan tien jaar later af en toe in Engeland werd gemaakt. The La’s of zo, waar single ‘Pretty in pink’ wel wat naar neigt. Maar de klanken die over de luisteraar worden uitgestort zijn heel erg (begin) jaren tachtig. Het leek me een anomalie in de muziekgeschiedenis.
Bij de vierde luisterbeurt viel het kwartje. Wacht eens even, is dit niet een Amerikaanse band? Een halve, scheve blik op de Spotifybio gaf het antwoord: “the Furs quickly developed as one of the premiere bands on US College and modern rock radio.” En dan klopt het opeens. Want dan hoor je vooral the Replacements en misschien zelfs de allergrootste grootheid van de Amerikaanse alternatieve – aldaar zeggen ze indie – gitaarbands van de jaren tachtig Hüsker Dü erdoorheen sluimeren en hebben ze opeens een veel logischer plek in de muziekgeschiedenis.
Maar ik zei het al, het was een scheve blik op de bio. Het is wel degelijk een Engelse band – hoeveel Engelser dan Kingston upon Thames wil je het hebben? – die echter vooral succes boekte in de VS. Feit blijft dat de muziek nogal vernieuwend moet zijn geweest in 1981, want dit klinkt volgens mij als niets anders in die tijd.
En toch geef ik het een heel matige beoordeling, terwijl het als je een helikopterperspectief inneemt precies in mijn straatje past en dus ook nog eens vernieuwend was. Daarvoor is een hoofdschuldige aan te wijzen en hij heet Duncan Kilborn. De man heeft geen wikipedia-bio. Straf van god? Hij is op dit album verantwoordelijk voor saxofoon en keyboards. Mijn mening over saxofoon in pop- laat staan rockmuziek mag inmiddels bekend zijn. Op dit album worden best wel dieptepunten wat dat betreft bereikt. Het klinkt helemaal nergens naar. Luister asjeblieft naar ‘Mr. Jones’ – dat niks te maken heeft met de meer dan tien jaar latere hit van the Counting Crows – en oordeel zelf: dit is toch belachelijk lelijk?
Keyboards waren nog relatief nieuw in 1981 en misschien konden ze er nog niet goed genoeg mee omgaan. Let wel, deze plaat lijdt niét onder het bekende fenomeen van de belachelijk slecht klinkende jarentachtigmuziek. Dat probleem bestond in 1981 nog niet echt, het dateert meer van na de doorbraak van digitale apparatuur. De plaat als zodanig klinkt best prima. Maar niet die saxofoons die niet alleen niks toevoegen maar afbreuk doen, en al helemaal niet die lelijke keyboards. Zijn het wel altijd keyboards trouwens? In het openingsnummer ‘Dumb waiters’ – merkwaardig genoeg een van de hits van het album – word je meteen nadat het begint uit je zetel omhoog gestoten door een van de lelijkste geluiden die ik ooit heb gehoord in muziek. Ik overdrijf niet, oordeel zelf. Volgens het wikipedialemmet is het een harmonica, maar datzelfde wikipedia geeft geen credits aan Kilborn voor harmonica. Dus raadplegen we google/AI. En daaruit komt dat het saxofoon is, hevig bewerkt in de studio. Een ‘Rockpalast’-fragment suggereert dat dit klopt.
Het is spuuglelijk. En dat en de rest van de lelijke geluiden halen dit vernieuwende en zelfs verfrissende album helemaal onderuit.
Doodzonde.

Ontdek meer van ivo-habets.nl
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
