Goed in zijn genre
Jeetje, wat een saaie ondertitel. Een droge beschrijving van hoe ik dit album ervaar: het is een genre waar ik heel veel moeite mee heb, maar ik hoor ook wel dat dit tegen dat referentiekader een bijzonder goed album is. Dit stukje gaat heel kritisch klinken maar het cijfer is heel behoorlijk.
Dit album, dit genre, draait om zingen. Met een hoofdletter Z. En dat kan Aretha Franklin, daar kunnen we heel kort over zijn. Ik heb er geen verstand van, maar deze muziek en daarbinnen ongetwijfeld dit legendarische album, heeft naar ik vermoed de basis gelegd voor de arrenbie die vanaf de jaren negentig of tweede helft jaren tachtig de radiozenders ging vervuilen. Maar dit is veel beter. Het zingen is een continue demonstratie van vocale kunsten, maar in de meeste nummers blijft het nog net binnen de lijntjes – en dat bedoel ik hier positief – en is het nog aangenaam om naar te luisteren. Er is een duidelijke uitzondering waar ik uiteraard zometeen op terugkom. In de arrenbie vinden de (meestal) dames het nodig om elk tweede woord over meer dan twee octaven uit te smeren, hier wordt de techniek nog functioneel ingezet. Maar toch, het vibrato is te zwaar en de zang zit continu te hard in de mix. Af en toe zit er een enorme misser in de mixing en springt een gezongen woord werkelijk uit mijn luidsprekers zo hard de kamer in dat het dwars door het raam aan de andere kant weer naar buiten vliegt. Nu ja, dit is 1967 hè, handwerk dus en dat gaan weleens mis.
Het is een heel andere benadering van muziek dan ik aangenaam vind. Het album staat vol met composities van professionele songwriters en covers, waaronder Carole King, Curtis Mayfield, James Brown en met Groovin’ het bekendste nummer van the Young Rascals. Er staat dus geen enkel nummer op dat geschreven is door iemand die meespeelt op het album. Letterlijk geen enkel. Het wordt alleen maar opgevoerd. En dat is nog niet mijn grootste bezwaar. Dat is namelijk dat er zo weinig muziek in dit album zit. De lezers van mijn stukjes weten wat ik bedoel. Er wordt gezongen en dat is het. De enige uitzondering, een beetje dan toch, is opener ‘Chain of fools’ wat dan ook meteen het beste nummer van het album is. Er zit zowaar een beetje gitaar in en de drummer durft hier en daar te syncoperen. Als je dan leest dat Eric Clapton en Bobby Womack gitaar spelen op dit album denk je toch: dat had een beetje meer gemogen. De rest van het album is alleen maar snoeihard ingemixte zang en achtergrondzang en wat brave blazersarrangementen.
Neem de twee vanuit mijn perspectief bekendste originelen. ‘(You make me feel like) ‘A natural woman’ steekt enorm bleek af tegen de versie van Carole King. Voor alle duidelijkheid: dit is de originele opname, King was een professionele songwriter die pas vier jaar later haar zo gelauwerde album ‘Tapestry’ opnam waar haar eigen versie opstond. Maar die is veel aangenamer en veel raker, in plaats van de bombast die we hier horen een veel ingetogener opname die daardoor ook veel meer gevoeld overkomt. ‘Groovin” in deze versie is gewoon lachwekkend. Totaal naast het doel geschoten. Op het verkeerde doel gemikt, dat is het eigenlijk. In plaats van de heerlijk relaxte West-Coast-pop van het origineel (hoewel the Young Rascals uit New Jersey kwamen) horen we hier weer die slappe blazers en vocale bombast, en het werkt niet om met een voetbal op een rugbydoel – of vice versa – te mikken.
Het absolute dieptepunt is ‘People get ready’ van Curtis Mayfield. Ik lees nu dat dit nummer als een lijflied werd gezien, of gebruikt, door de civil rights movement. Dat is natuurlijk hartstikke mooi, maar zo komt het hier niet op mij over. Wellicht zit er een metaforische laag onder de tekst, zoals het hier overkomt is het een diep, diep, diep religieuze en vooral dom religieuze tekst. We gaan hier de gospel in. En juist in die sfeer trekt Franklin alle registers open, springen alle ramen kapot en worden weer hersteld, want de gemiddelde ondulatie is anderhalve octaaf per woord, om weer kapotgezongen te worden. Het is verschrikkelijk.
Oke, deze hele beschrijving klinkt totaal niet als een 7. Maar die vind ik toch verdiend, omdat ik het zie en beoordeel tegen de achtergrond van het genre en omdat ik er ook duidelijk kwaliteit in hoor. Net zo heb ik bijvoorbeeld George Michael een heel acceptabele beoordeling gegeven, tegen de achtergrond van synthetische jarentachtigpop waarin hij opereerde, of waar hij zelfs een voorman van was. Dat was Franklin ook in de soul/R&B van de late jaren zestig en dat is te horen op dit album.
Gefeliciteerd.

Ontdek meer van ivo-habets.nl
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
