Waarom kende ik dit niet?
Whoopwhoop, het was weer eens tijd voor een country-album, van een artiest waar ik nog nooit van gehoord had. Dat kan alle kanten opgaan.
Ik was bij de eerste luisterbeurt bij het derde nummer en ik dacht “dit album geef ik een 10!”. Dat (bijna-)perfecte cijfer krijgt het uiteindelijk niet, maar wat een steengoed album is dit. Een totale verrassing, maar na me een beetje verdiept te hebben in de artiest en de totstandkoming van dit album is het eigenlijk ook verrassend dat John Prine 52 jaar lang aan mijn leven voorbij is gegaan. Toch tamelijk uiteenlopende types als Bob Dylan, Johnny Cash en Roger Waters hebben Prine genoemd als zo ongeveer hun favoriete songwriter. De lijst artiesten die nummers van de songwriter Prine hebben gecoverd is bijna een ‘wie-is-wie’ van de Amerikaanse muziek. Alleen al van dit album – overigens wel zijn beste, naar verluidt, ik heb dat uiteraard niet gecontroleerd – noteren we coverversies door (selectie…) Johnny Cash, John Fogerty (CCR), de Everly Brothers, Bonnie Raitt, Joan Baez, Bette Midler en John Denver. Wacht even, John Denver coverde niet een nummer van dit album, hij coverde er drie van de dertien.
Waarom? De nummers zijn bijna allemaal ontzettend aanstekelijk, even simpel als pakkend. En om het verboden onderwerp toch een keer aan te stippen, de teksten zijn volgens mijn niet-expert-opinion ver-bovengemiddeld goed. ‘Sam Stone’, een van de bekendste, is een aangrijpend nummer over een drugsverslaafde Vietnamveteraan die (bedoeld, vermoedelijk) sterft aan een overdosis. Aan de andere kant van het spectrum maakt Prine ontzettend goeie grappen. In openingsnummer ‘Illegal smile’, dat sowieso charmeert met een bijna klunzig overkomend Sinterklaasgedicht-achtig rijmschema, zit de schitterende zin “I chased a rainbow down a one-way street dead end and all my friends turned out to be insurance salesmen”. Het nummer eindigt met de uit het niets komende uitroep, perfect passend in het rijmschema, “my sister’s a nun”. Nog mooier vind ik de grap in het tweede nummer: “For I knew that topless lady had something up her sleeve”. Even doordenken, svp. Van dit soort talige humor ga ik helemaal stuk.
Waarom heb ik het nu opeens wel over teksten? De muziek is zo gemaakt dat je er gewoon niet géén aandacht aan kunt geven. De zang zit goed in de mix en Prine is, ondanks zijn sterke midwest-accent (ik denk eerder neigend naar de Kentucky-afkomst van zijn ouders dan naar zijn Illinois-afkomst, hoewel die staat natuurlijk niet alleen bestaat uit Chicago maar ook een enorm platteland heeft) kraakhelder verstaanbaar. En ik heb het album twee keer op de goede koptelefoon geluisterd omdat ik zeker wilde weten dat ik het echt zo goed vind. En dan komt de zang zo je hersens binnen.
Voor alle duidelijkheid, en voor de consistentie van dit hele blog, dat ik dit album zo goed vind is zeker niet vanwege de teksten maar uiteraard vanwege de muziek. Zoals ik al zei: aanstekelijke liedjes die je meteen grijpen. Het album begint fenomenaal. ‘Illegal smile’ is een van de meest originele countrysongs die ik ooit hoorde. Het is niet dat het nooit eerder is gedaan, maar hij speelt op zo’n elegante manier met de maat, het is echt bijzonder. Het nummer begint in een eenvoudige 4/4, dan komt er voor we naar het refrein gaan een soort vrije vorm, om dan over te gaan in een heerlijk walsende driekwartsmaat. En weer terug, enzovoort. Hoewel niet zo uitgesproken als hier komen dat soort maatvariaties vaker terug. ‘Spanish pipedreams’ is iets minder bijzonder, maar dan komt het begin van ‘Hello in there’. Dat begin, met arpeggio gespeelde, getokkelde eenvoudige akkoorden is zó mooi, zó mooi. Het hele nummer is een beauty.
In ‘Pretty good’ horen we, net als verderop in ‘Angel from Montgomery’ en ‘Quiet man’, Prine opeens klinken als, jawel, Bob Dylan. Bijzonder is het verhaal dat Dylan nog vóór het verschijnen van dit debuutalbum, toen Prine en zijn muziek dus nog volstrekt onbekend waren, blijkbaar op een avond op het podium bij Prine klom en meespeelde/-zong op een nummer dat hij al diep bewonderde. Prine bewondert Dylan ook, zo te horen, maar eerlijk gezegd vind ik hem frisser en prettiger klinken. De muziek zit ook gewoon net wat beter in elkaar.
Een van de dingen die het album zo bijzonder maken zijn namelijk de arrangementen. Die hebben niet bar veel met (traditionele) country te maken. Natuurlijk, er is her en der steelgitaar en ook de verplichte fiddle komt langs. Maar op veel nummers klinken heerlijke, diepwarme elektrische piano’s. En onder andere in ‘Pretty good’ horen we een heel fuzzy leadgitaar fantastische accenten leggen. Sfeervolle orgels ontbreken evenmin. Dit is muziek!
Prine moet een van de eerste bekende COVID19-slachtoffers zijn geweest, hij werd al op 19 maart 2020 gediagnosticeerd en overleed in april. Hoewel, echt zo bekend was hij niet. Hij verkocht nooit enorme hoeveelheden platen, maar won wel vijf Grammy’s, ook een aantal postuum. Zijn overleden was zoals wel vaker aanleiding voor een plotselinge stijging in plaatverkoop. Vijf singles in de top 25 van de Hot Rock Song Chart (wat dat ook mag zijn). Dit album, op dat moment net geen vijftig jaar oud, haalde de 55e plek in de Billboard 200, zo’n 100 plekken beter dan het in 1971 deed. Zijn faam bij andere muzikanten is echter vermoedelijk groter dan zijn publiek bereik. En dat is zonde.
Dus: luisteren!
Overigens: ik schrijf dit op de avond dat het nieuws de wereld bereikte dat misschien wel de grootste country-artiest ooit, de fascinerende persoon en fantastische mens Dolly Parton, is overleden.

Ontdek meer van ivo-habets.nl
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
