#144 Joni Mitchell – Court and spark (1974) 4/10

De Bianca Castafiore van de singer-songwriters

Ojee, dit wordt dubbele heiligschennis. Een album van Joni Mitchell, uit haar hoogtijdagen, dus de critici komen al klaar als ze het album in hun kast zien staan. En dit is ook nog eens haar meestverkochte album, dus het publiek, waarschijnlijk voor een groot deel bestaande uit kaarsjes brandende zwijmelende poëziejongedames, vreet dit ook nog eens als een Trump-aanhangers hot-dogs vreten.

Kijk, laat duidelijk zijn: dit is heel behoorlijke muziek. Er wordt goed gemusiceerd op dit album. Dat mag ik hopen als de bizar goede gitarist Larry Carlton bijna alle elektrische gitaar speelt, en we gastrollen zien voor José Feliciano en Robbie Roberts (the Band, mijn grote idolen) en gastvocalen van onder andere David Crosby, Graham Nash en veel bijzonderder: het komiekenduo Cheech & Chong. En bij Mitchell weet je dat je intrigerende melodieën en weet ik wat niet al krijgt. Deze muziek kun je het beste typeren als jazzpop (waarmee ik iets heel anders bedoel dan popjazz, geen grap).

Maar er gaat veel mis op dit album. Het belangrijkste is wat mij betreft de zang. Het is een kwestie van smaak en dus puur subjectief. De stem van Mitchell bevindt zich in mijn oren in een bijzonder onprettig register. Het is een beetje dun gepiep. Dat is zoals het is, maar haar manier van zingen, haar techniek, dat is wat objectiever. Ze gebruikt te vaak een te zwaar aangezet vibrato, ten eerste, en ten tweede past ze een trucje toe dat ik maar beschrijf als ‘klepperen’. Ze zoekt heel vaak de grens op tussen normale stem en falset, gaat er dan een fractie overheen en daalt meteen weer terug. Er zullen wel mensen zijn die het mooi vinden, of knap. Ik niet.

En dat is nog steeds niet het ergste. Mitchell heeft dit album zelf geproduceerd, dus we kunnen niemand anders de schuld geven. Haar zingen wordt hier vaak, en ik bedoel: vaak, gecombineerd met een vrouwelijk achtergrondkoortje. Als ik naar de credits kijk moet ik concluderen dat het Mitchell zélf is. En dat achtergrondkoortje voegt geen mooie harmonie toe, maar veroorzaakt alleen maar nog meer torenhoog gepiep. Bianca Castafiore zou jaloers naar dit album luisteren. Het is een intrigerend idee hoe deze muziek geklonken zou hebben als er vooral een mannelijk koortje zou zijn geweest dat harmonieën toevoegt een of zelfs twee octaven lager, of op een andere noot uit het akkoord maar veel lager.

Er worden meer rare keuzes gemaakt. ‘Just like this train’, een van de prijsnummers van het album, is gebouwd rond een intrigerend riedeltje van tonen die in drievoud omhoog gaan. Maar het wordt veel te vaak herhaald en blijft eigenlijk niet meer dan een gimmick. Het album vervolgt met ‘Raised on robbery’ en dat is niet best. Het moet vermoedelijk het ‘rocknummer’ van het album voorstellen, en om het wat schwung te geven krijgen we… een scheurende saxofoon. Asjeblieft zeg.

Het mooiste nummer van het album is vermoedelijk het openende titelnummer, een vrij ingetogen piano-gedomineerd nummer. Het dieptepunt is dan weer het slotnummer, ‘Twisted’, waarin we het komische duo horen. En Bianca, die met een jazzy timing zich door de (te grote hoeveelheid) tekst heen werkt. Ik kan gewoon niet begrijpen dat mensen die om aan te horen vinden.

Nogmaals, de muziek is niet zo slecht. Maar dit is niet heel prettig om naar te luisteren. Toevallig draaide ik gisteren ‘(Come on feel the) Illinoise’ van Sufjan Stevens, die merkwaardig genoeg niet voorkomt op de lijst. Dat is zó’n geweldig album en zó veel beter dan dit gepiep van de gele kwikstaart, merkwaardig. Ja sorry, dat vogeltje zit hier dus vaak in de tuin en die zit in hetzelfde register als Mitchell, vandaar.


Ontdek meer van ivo-habets.nl

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.