De eenvoudigste bandnaam met een nog eenvoudiger titel – maar wat een album!
Boston komt uit Boston. Dat had u vast al geraden. Ik opzoeken: hee, Tom Scholz (Donald Thomas Scholz) komt dus niét oorspronkelijk uit Boston, maar uit Toledo, Ohio. Maar zoals elke muziekliefhebber vermoedelijk weet: Scholz ging een technische opleiding doen aan MIT, de technische universiteit van Boston (naast het nog bekendere Harvard voor de minder technische studies), en uiteindelijk werken voor Polaroid. Dat bedrijf had weer zijn hoofdkwartier in Cambride wat ook weer de officiële domicilie van Harvard is.
Genoeg universiteitsgedoe. Scholz was dus een afgestudeerd ingenieur – daar kom ik nog op terug – met vermoedelijk een prima baan maar óók een muziekhobby. Hij verdiende blijkbaar genoeg om in zijn huis een studio aan te leggen en daar nam hij in de avonduren demo’s op. Zes jaar lang. Na een aantal jaren ging hij samenwerken met zijn even fanatiek vegetarische vriendje Brad Delp, zanger en ritmegitarist. Scholz had Delp vooral nodig voor de zang; hij was als kind getraind als klassiek pianist, is beroemd geworden als gitarist, bas lukt dan ook nog wel maar blijkbaar kon hij ook nog drummen. Welja, sommige mensen zijn nu eenmaal multi-talenten. Goed, de twee courgettefanaten namen dus in de kelder (letterlijk) van Scholz’ huis demo’s op, probeerden die te slijten bij platenmaatschappijen en zowaar: na al die jaren hapte Epic Records toe. Daar hebben ze geen spijt van gekregen. Epic wilde dat Boston een professionele studio in zou gaan, maar dat was niet Scholz’ kostje (vermoedelijk omdat er hamburgers voor lunch werden geserveerd). Dus nam hij een aantal maanden vrij van Polaroid en ging nog fanatieker opnemen. Hij kreeg hulp van een externe producer en een engineer, die Scholz achteraf allemaal niet zo deskundig vond, hij had zelf in die zes jaar enorm veel kennis opgedaan van het opnemen (en was ingenieur, en ik kom er nogmaals op terug). Delps zang werd wél in een professionele studio opgenomen. Tussen oktober 75 en april 76 vond het allemaal plaats, het uiteindelijke opnameproces kostte enkele duizenden dollars (vermoedelijk een van de beste investeringen ooit) en op 25 augustus 1976 zag het album van de band Boston met als titel Boston (nu ja, eigenlijk titelloos) in Boston het daglicht.
En in goed Nederlands: the rest is history. Wereldwijd zijn as we speak ten minste 20 miljoen exemplaren verkocht, in de VS kreeg het album zeventien keer platinum (= 1 miljoen), drie singles werden top-40-hits in de VS en nu, vijftig jaar later, zijn de nummers van het album en met name natuurlijk de eeuwige hit, openingsnummer ‘More than a feeling’, nog steeds niet weg te slaan van radiostations die classic rock draaien.
Commercieel succes is leuk voor de bandleden en rechthebbenden en waarschijnlijk vooral voor de platenmaatschappij, maar wat wij veel belangrijker vinden: dit is nou eens een voorbeeld van een album waar commercieel succes 100% een-op-een gaat met artistiek succes.
Het is een fenomenaal album. Ik wilde na de eerste luisterbeurten mijn cijfer op een 9 houden vanwege de paar kanttekeningen die ik zometeen noem, maar met elke luisterbeurt extra ging ik meer en meer denken: dit is toch gewoon een 10? Kijk, hoewel ik dol ben op ouderwetse hardrock – dit album wordt vooral betiteld als arena rock avant la lettre – is dit net niet helemaal mijn ding. Net iets te gladjes, net iets te lief, en ja, net iets te perfect allemaal. Maar mijn hemel, wat is dit goed gedaan. Nou vooruit, halverwege heeft het album een beetje een dipje met ‘Rock & Roll band’ en vooral ‘Smokin” (blijkbaar is die extreem ongezonde gewoonte te combineren met het vegetarische fanatisme), allebei net iets te platte poppy rock ‘n’ roll-achtige songs. Maar het gemiddelde niveau is hoger dan hoog. En dus is die 10 het enige juiste cijfer, ondanks dat er naast de twee wat zwakkere nummers nog twee dingen zijn aan dit album waar je tegen moet kunnen. De stem van Delp, nogal behoorlijk hoog in het frequentieregister van mannelijke stemmen, is net geen acquired taste maar ook niet iedereens kopje thee. Het andere? Dit album is vól. Mijn gebruikelijke klacht over dat er te weinig gebeurd, nou, die heeft Scholz twee jaar na mijn geboorte ter harte genomen. Er gebeurt véél. En ja, daarmee bedoel ik uiteraard af en toe een beetje té veel.
Er is nog dat element dat we nog niet genoemd hebben. Dat de plaat goed klinkt stond hierboven al tussen de regels. Wat heet, dit is een van de ultieme voorbeelden van jaren-zeventigplaten waar moderne albums (als in: alles van na 1980) in geen kilometers bij in de buurt komen qua geluidskwaliteit. Maar er is vooral dat ene: de gitaarsound van Tom Scholz. Daar komt het ingenieurschap weer: Scholz sleutelde zelf studio-apparatuur en vooral gitaareffecten in elkaar. Wat heet: de offspin van dit album was het oprichten van Rockman, een bedrijf dat effectpedalen produceerde. Het bestaat niet meer sinds 1994 (Scholz zal er geen linze minder om hebben gegeten). De vintage producten van Rockman, waarmee je de ‘Boston-sound’ kunt benaderen, schijnen voor dikke bedragen tweedehands verkocht te worden.
Het gitaargeluid van Scholz is ongekend mooi. Luister naar de intro van ‘Peace of mind’. Ik denk eerlijk gezegd dat ik noch in mijn 3500 cd’s noch in de vele andere muziek die ik ken of heb geluisterd ooit een mooiere gitaarsound heb gehoord. Idem voor de beroemde solo’s in ‘More than a feeling’. En dan is er het outtro van ‘Let me take you home tonight’, tevens het outtro van het album. Als je even vergeten was waar je naar aan het luisteren was komt dat fantastische geluid nog eens in volle glorie langs.
Het is grappig, want vermoedelijk zal niemand Scholz hoog op een lijst zetten van beste gitaristen ooit. Maar alleen al met zijn sound heeft hij een gigantische invloed gehad. O trouwens, orgel kan-ie ook best. Luister naar het instrumentale eerste deel van ‘Foreplay/Long time’ dat het best getypeerd kan worden als een combi tussen Bach en jazz, maar dan op amfetamine qua tempo.
Hoewel dat eigenlijk hier niet hoort nog even over het vervolg. Scholz deed er twee jaar over – destijds ongekend lang – om met een opvolger te komen. Hij was continu ontevreden met wat er werd opgeleverd; het eindresultaat was ‘Don’t look back.’ Tsja. Daarna werd het nog erger. ‘Third stage’ had een opnameproces dat zes jaar duurde. En deze keer met een platencontract op zak. Tegen die tijd konden Scholz en Delp de bonen tussen hun tweeën delen, de andere bandleden – die waren er wel degelijk – waren al lang opgestapt. Dat album heeft met het nummer ‘Amanda’, dat de enige nummer-een-hit van de band zou worden, een van de meest archetypische rock ballads van het decennium van de rock ballads. En ja, dat is dus cliché maar het is ook gewoon een steengoed nummer.
Boston produceerde volgens wikipedia daarna nog drie albums, in 1994, 2002 en 2013 (Scholz werd er niet sneller op), maar dat heeft niemand opgemerkt. Delp was er op dat laatste album zeker niet meer bij, want in 2007 pleegde hij na decennia met depressies te hebben geworsteld zelfmoord.
Wat resteert is een van de meest gedenkwaardige debuutalbums ooit. Natuurlijk, je moet een liefde hebben voor rockmuziek, bakken met gitaar en vooral snijdend scherp sologeluid, maar als je die vinkjes achter je naam kunt zetten is dit dik 37 minuten puur plezier.
[Dat ik hierboven grappen maak over het vegetarisme van de band en in elk geval Scholz en Delp in het bijzonder is niet omdat ik daar iets tegen heb. Dat moet iedereen lekker voor zichzelf weten – en precies dat is wat de heren niet doen, want de liner notes (van dit of een later album, de cd’s zitten in een verhuisdoos) bevatten een missionaristekst die iedereen oproept in hun voetsporen te treden.]

Ontdek meer van ivo-habets.nl
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
