#163 The Velvet Underground & Nico (1967) 9/10

Het multimediale kunstwerk rammelt aan alle kanten

Dit heb ik nog niet zo vaak meegemaakt. Deze plaat is essentieel voor mij. Enkele jaren geleden kocht ik de schitterende – dankzij misschien wel de meest iconische platenhoes aller tijden – elpeeversie, voornamelijk om deze in een mooi frame aan de muur te hangen om uit te stralen “kijk, dit behoort tot mijn bagage, is er een belangrijk deel van.” Deze plaat is zo belachelijk invloedrijk in zo veel opzichten, muzikaal, stijltechnisch, cultuurhistorisch, het is simpelweg een fenomeen. Ontelbare bands waarvan een of meer platen in mijn kast staan zijn schatplichtig aan dit debuutalbum van een door Andy Warhol gepimpt zootje, aangevuld met het Duitse model en de zogenaamde zangeres Nico (Christa Päffgen). De muziek van John Cale en Lou Reed was ongekend vernieuwend. Het hele kunstproject, want dat is het toch eigenlijk ook al waren Cale en Reed zeer serieuze muzikanten die een hele lange en grotendeels succesvolle carrière op eigen verdiensten zouden bouwen, is misschien wel een hoogtepunt van een soort multimediale conceptuele kunst.

Kortom: wowee zowee.

En dus zette ik zondagavond met veel voorpret de naald op kant A van de elpee.

En dacht ik.

Okeeeee…

Misschien was ik niet in de stemming, had ik met te veel plezier naar de veel meer rechttoe rechtaan platen van Oasis en AC/DC geluisterd, misschien was ik te zenuwachtig voor de wedstrijd van Fortuna. Ik weet het niet. Maar bij nuchtere en best wel onbevangen luisteren moest ik constateren dat er best wel wat aan te merken is op de muziek.

Kijk, het idee om Nico te laten zingen op een heuse elpee, dat is bedacht door iemand die onder invloed was van de drug die bezongen wordt op dit album (heroïne dus, in de song, jawel: ‘Heroin’ met een bewust dubbelzinnige titel). Ze heeft een stembereik dat serieus niet veel groter is dan een halve octaaf, in een register dat ergens tussen vrouw en man in zit, en die stem zet ze ook nog eens bijzonder onmelodieus in. Joepie. En dan te bedenken dat ze ook nog een reeks solo-albums op haar naam heeft, waarvan er een zelfs op de lijst opduikt (‘Chelsea girl’).

En toch… Het hoort bij deze muziek. Net als de eclectische bombast van slotnummer ‘European son’. Ik denk dat zonder veel overdrijven hier decennia aan avant-gardistische muziek die tegelijkertijd anti-muziek is – tot aan noise aan toe – werd geboren. Sonic Youth, are you listening? Geniaal? Ja. Maar dat geldt toch minder voor het eraan voorafgaande ‘The black angel’s death song’, dat belachelijk slecht gemixt of gemasterd is. Het geluid wappert alle kanten op en het is moeilijk luisterbaar. Het nummer is trouwens gebouwd rond de elektrische altviool van John Cale, op zijn zachtst gezegd een niet heel gangbaar instrument.

Sonisch dubieuze klanken horen we ook op een van de Nico-nummers (waarvan er drie zijn): het op zich heel fraaie ‘Femme fatale’, met dat onvergetelijke bijna lullig klinkende koortje. Maar waarom kraakt het geluid zo? [Ik heb het gecheckt, het is niet alleen op de elpee maar ook op de ceedee.] In dat genre maar dan zonder sonische verontreiniging zit natuurlijk het fantastische, haast pastorale openingsnummer ‘Sunday morning.’ Gaat u mee op een zondagochtend ergens in het gras liggen, strootje in de mond, kijken naar de blauwe lucht, vooruit een fles bourgogne of Côtes du Rhône en natuurlijk een lekkere Franse kaas en gewoon aan niets denkend genieten van het leven?

Een hele andere, extreem beklemmende sfeer vinden we in misschien wel het hoogtepunt, het haast angstaanjagende – Engelsen zouden zeggen haunting – ‘Venus in furs.’ Jawel, naar het boek van Leopold von Sacher-Masoch, misschien wel de grondlegger – of bekendmaker – van het bizarre fenomeen sadomasochisme. Hier speelt de altviool een betere rol, zullen we maar zeggen.

Het al kort aangestipte ‘Heroin’ moet ook nog genoemd worden. Tsja. Ik weet niet of je kunt zeggen of de band, op foto’s meestal half verborgen achter een zwarte zonnebril – behalve de, ahum, minimalistisch drummende Maureen Tucker – er uitziet als een groepje gezondheidsfreaks. Dat neemt niet weg dat ook dit weer een bezwerend nummer is.

Het is niet overdreven om te stellen dat de muziekgeschiedenis van de afgelopen bijna vijftig jaar er anders uit zou hebben gezien als dit album niet in 1967 zou zijn verschenen. De coolness die fenomeen Andy Warhol toevoegde aan het concept heeft daarbij geholpen. En toch, als dit album niet was verschenen was er ooit wel een andere band geweest die misschien dezelfde ideeën had geïntroduceerd. Het lastige bij dit soort albums, waar ik ook bij Jimi Hendrix zo’n last van heb, is dat je zo bekend bent met de muziek die eruit voortvloeit dat je de bron amper nog kunt waarderen voor wat het was. Maar met Velvet Underground heb ik er minder last van dan Hendrix, want ik vind het rammelen, maar wel nog steeds enorm goed.

Alleen net niet zo geniaal als ik in mijn herinnering had zitten.

[om een of andere reden kan ik geen Excel-grafiek invoegen]


Ontdek meer van ivo-habets.nl

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.