Soms bijt de tand des tijds nogal hard…
Tijd is een fascinerend iets. Toen ik geboren werd was dit album veertien jaar (en twee maanden) oud. Toch was deze muziek ten tijde van mijn geboorte al behoorlijk verouderd. Als je nu, eind 2026, veertien jaar teruggaat en een willekeurig populair album uit 2012 afspeelt hoor je waarschijnlijk nauwelijks verschil met de muziek van nu, even afgezien van de AI-rage die gaande is. In mijn jeugd was Elvis Presley nog alomtegenwoordig maar toch vooral als een icoon uit het verleden. Op zaterdagmiddag kwamen zijn nogal matige films op tv, prime time was daar al lang niet meer voor weggelegd. Mensen hadden Elvis-verschijningen, een fenomeen dat redelijk uitgestorven lijkt wat allicht ook verklaarbaar is doordat Elvis Aaron Presley, uit Tupelo in de staat Mississippi, inmiddels bijna 92 zou zijn geweest. Zoals iedereen weet stierf Elvis net na mijn derde verjaardag op de plee. Een treurig einde van misschien wel het eerste echte jeugdidool, samenvallend met de opkomst van een relatief rijke groep middenklassejongeren met veel vrije tijd en voor het eerst in de geschiedenis genoeg zakgeld om singeltjes te kopen, in het weekend op stap te gaan en te slowen met in petticoat gestoken meisjes dan wel in leren jekkies paraderende vetkuiven dragende nozems.
Genoeg nummers om op te slowen op deze plaat en dat is meteen het grootste probleem. Waarom ik begon over de leeftijd van dit album: dit is zo pijnlijk gedateerd dat het moeilijk is om naar te luisteren en ook moeilijk is om het perspectief te kiezen van destijds en te begrijpen waarom dit zo’n sensatie was. Dat wreekt zich het meest bij de langzame nummers – op een belangrijke uitzondering na – waarbij het allergrootste probleem gevormd wordt door het achtergrondkoortje: the Jordanaires. Van huis uit een gospelkwartet en gedurende een groot deel van Elvis’ carrière zijn begeleidingskoor. Ik liep al eerder aan tegen het probleem om met hedendaagse oren naar muziek van rond deze tijd en in het bijzonder de koortjes te luisteren. Het frappante is dat als je een paar jaar opschuift in de tijd de muziek misschien ook nog wel duidelijk als oud klinkt maar veel en veel minder gedateerd. De muziek van 1968 en later is zozeer de basis voor de (niet-elektronische) muziek die nu nog steeds wordt gemaakt dat het in zekere zin nog steeds fris klinkt en vooral heel vaak als supergoed wordt ervaren. Laten we eerlijk zijn: in de periode 68-72 of zo is niet alleen de basis voor de hedendaagse muziek gelegd, maar ook het hoogtepunt bereikt. Die muziek van toen vond natuurlijk zijn oorsprong in eerdere muziek, voor een belangrijk deel blues maar zeker ook de muziek van Elvis en zijn tijdgenoten. Niet voor niets kopieerde the Clash voor hun debuutalbum de hoes van Elvis’ debuutalbum. Maar die extra tussenstap maakt een wereld van verschil. Neem ook de grootheden Beatles en Stones: hun eerste albums zijn grappig gedateerd, terwijl – bijvoorbeeld – ‘Abbey Road’ als het morgen uit zou komen nog steeds een sensatie in plaats van een anomalie zou zijn. Min of meer.
Een gevalletje teletijdmachine dus, dit album. Het eenzame hoogtepunt is natuurlijk ‘Fever’ dat op dat moment vier jaar oud was, oorspronkelijk geschreven door Eddie Cooley en Otis Blackwell onder het pseudoniem John Davenport. Peggy Lee had twee jaar eerder haar grootste hit – of in elk geval haar ‘signature song – met het nummer. De versie van Elvis valt juist zo op door de spaarzame instrumentatie: contrabas, vingerknippen en spaarzame percussie. Juist dat, en dus het met vakantie sturen van de Jordanaires, maakt het nummer veel en veel minder gedateerd dan de rest van het album. Wil je een hapje van het bewijs? Luister maar naar ‘I Will be home again’. Vooruit, ‘Reconsider baby’, het slotnummer, haalt het niveau ook flink omhoog. Daarin horen we beduidend betere en spannender instrumentatie.
Het spijt me. Is dit weer eens heiligschennis? Misschien. Om een beetje tegenwicht te bieden: laat er geen misverstand over bestaan dat Elvis een geweldige zanger met een geweldige stem is. Maar zoals altijd bij (proto-)popmuziek: dat zang domineert over muziek maakt dat ik er niet met veel enthousiasme naar luister. En er staat helemaal geen eigen muziek op het album (of op zijn debuut). O trouwens, voor wie het niet weet: Elvis was terug na twee jaar militaire dienst (in Duitsland), een periode waarin hij geen nieuwe muziek opnam. Dit album, vrij vernieuwend rechtstreeks in stereo opgenomen, werd vervolgens in vier dagen (20 en 21 maart en 3 en 4 april 1960) opgenomen. Zoals ze in Brabant zouden zeggen: zodoedegeda. Daar kunnen die artiesten die tegenwoordig soms meer dan een jaar in een studio zitten prutsen wat van leren. Ook als je hoort in welke korte periodes al die briljante platen van rond 1970 werden opgenomen, een tijd waarin het redelijk normaal was dan vaker dan eens per twaalf maanden een nieuwe elpee uit te brengen, vraag je je soms af of mensen tegenwoordig niet te veel alle spontaniteit overal uitpersen.
Maar hee, als ze de Jordanaires nou niet hadden uitgenodigd waren ze misschien in drie dagen klaar geweest!

Ontdek meer van ivo-habets.nl
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
