#149 Frank Black – Teenager of the year (1994) 9/10

Rammelende charme

Jaaahaa

Soms vraag ik mij weleens af hoe onbevoordeeld ik écht naar al die albums luister. Onbevangen is misschien een beter woord, want onbevooroordeeld kun je nu eenmaal niet zijn als je bevooroordeeld bent. Dat is geen knop in je hoofd die je aan en uit kunt zetten, dat zit er nu eenmaal en daar hebben we als mensen allemaal last van. Sommige mensen slagen erin zichzelf te gedragen alsof die diepere laag er niet is en dat siert mensen. Tegenwoordig zien we helaas steeds meer dat mensen zich volledig laten gaan en hun vooroordelen juist nog sterker aanzetten dan ze al zijn. De bruine menselijke drab overspoelt de goten langs de straten in Nederland en eigenlijk overal in de westerse wereld. Maar dat heeft niet zo veel met muziek te maken (hoewel…). Als ik zo’n album van Aretha Franklin beluister en tegen heug en meug een heel behoorlijk cijfer geef omdat het nu eenmaal zo’n klassieker is en een zekere klasse ook absoluut niet ontkend kan worden, maar ik er tegelijkertijd gehakt van maak in de beschrijving en me best wel erger tijdens het luisteren, dan komt die vraag over onbevangenheid onvermijdelijk op.

En die vraag stelde ik mezelf ook voordat ik aan dit album begon. Deze keer heeft dat echt niets met kleur te maken, want Frank Black is ondanks zijn naam net zo wit als ik ben en belangrijker, zijn muziek is zo wit als maar kan. Dat onmiskenbare vooroordeel heeft alles te maken met de band waarmee hij faam verwierf: the Pixies. Dat is zo’n band… Een vroegere goede vriend van mij begon al te stuiteren als hij een “P” hoorde, hopende dat er “ixies” achteraan kwam. De fans van die band doen mij wat denken aan de fans van Pink Floyd, ze doen alsof er werkelijk niks groters te vinden is op deze aarde. Alsof the second coming toch echt al lang een feit is, in de vorm van een bandje aangevoerd door bassiste Kim Deal en gitarist/zanger Frank Black, ook wel Black Francis maar eigenlijk – hou je vast – Charles Michael Kittridge Thompson IV. Soms begrijp je dat iemand een artiestennaam kiest. Niet dat het geen mooie naam is, integendeel, maar of het zo lekker bekt als frontman van een punkie gitaarherrieband kun je je afvragen. Anyway, mensen die into the Pixies zijn, zijn dat dus vaak nogal heel erg. En ik dus niet. Hoewel het op papier muziek is die precies in mijn straatje zou moeten passen, tot en met de Hüsker Dü-invloed aan toe, doet het dat niet. Ik krijg er gewoon de vinger niet achter, ik vind het vermoeiende muziek die me niks doet, en de twee cd’s (drie albums) die ik bezit luister ik alleen als mijn randomgenerator het voorschrijft.

En dan krijg je het tweede solo-abum van Frank Black, met maar liefst 22 nummers uitgesmeerd over meer dan een uur.

Joepie.

Ja dus: joepie. Hoera! Ik kan wel degelijk onbevangen oordelen, ik heb het bewezen, ik ben een beschaafd mens! Dit is een ijzersterk album. Het past precies in de tijdgeest, kan op een hoop met Guided by Voices, Sebadoh, Pavement en natuurlijk het toen niet meer bestaande Hüsker Dü, veel meer dan de Pixies zelf. Het is rammelende gitaarpop, of -rock, of -herrie. Minder punkie dan the Pixies, met de ‘pop savviness’ die GBV ook altijd heeft als je door alle lo-fi-geluidsellende heen prikt. Lo-fi zou ik dit album niet willen noemen. Het klinkt meer als half uitgewerkte ideeën, alsof iemand met een stapel demo’s met goeie songs de studio in is gegaan en ze daar min of meer goed klinkend heeft opgenomen en vervolgens zonder veel nadenken als een lang album heeft uitgebracht.

Bij dit soort charmante rommel hoort af en toe een mislukte song, of een één minuut durende geluidsuitbarsting die nergens heen gaat, waarna weer een heerlijk poppy deuntje volgt. Soms zijn de liedjes bijna te poppy, maar nog net acceptabel: ‘Pure denizen of the citizens band’ en de grote hit (ahum) ‘Headache’. Het zingen van Black is zeker in die hit of in het al even sterke ‘(I want to live on an) Abstract plain’ op of over het randje van kneitervals. Toch vind ik het zingen van Black hier veel aangenamer dan bij de Pixies. Ook ‘Freedom rock’, dat zowaar wat complexer is dan de meeste nummers, en ‘Fazer eyes’ wil ik nog noemen als hoogtepuntjes. En ik wil nog een briljante titel eer betonen: opener ‘Whatever happened to Pong?’ Ik heb niet naar de tekst geluisterd, ik vind het veel te leuk om te denken dat dit in 1994 een weemoedige bespiegeling was over de tijd dat een computergame bestond uit twee streepjes en een stipje. Waar je evengoed een hele dag plezier mee kon hebben.

Écht een aangename verrassing. Ik begon de eerste keer echt met knarsende tanden te luisteren maar dacht al heel snel: “hee…”. Trouwens, wat fascinerend is: dit album zie ik zoals gezegd in de stroming met onder andere GBV, Sebadoh en Pavement. Maar die bands zelf, zeker de laatste twee, zijn zelf natuurlijk onmiskenbaar weer beïnvloed door the Pixies. Spiegelpaleis! Het doet me denken aan de grap die Stephen Colbert ooit maakte toen hij mijn grote helden Rush interviewde. Hij vroeg ze of ze ooit een song hadden gespeeld die zo lang was dat ze tegen het einde door zichzelf – aan het begin van het nummer – beïnvloed waren.

Dat was bij Frank Black hier in elk geval wel het geval.


Ontdek meer van ivo-habets.nl

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.