#1017 (167) Laura Nyro – Eli and the thirteenth confession (1968) 8/10

Een interessante plaat die helaas aan stukken gezongen wordt

[Podcast-voorbereiding (1001 Album Complaints episode 278) te verschijnen 21 september 2026]

Toen dit album vorige week uit de digitale koker kwam rollen, maakte een van de hosts – ik meen Tom Monahan – een interessante opmerking. Hij vertelde dit album op de lijst te hebben zien staan, maar door naam van de artiest automatisch gedacht te hebben dat dit uit de jaren negentig of zo kwam. +1. Sterker nog, ik zou nog eerder zeggen van ruim na de eeuwwisseling. Op de een of andere manier klinkt de naam modern, maar vooral wil het zeggen dat de naam van zangeres en vooral songwriter Laura Nyro op een of andere manier best wel in de vergetelheid is geraakt. Ik durf van mezelf te zeggen dat ik toch wel redelijk thuis ben in de muziek van de gouden jaren rond 1970, maar dit: never heard of. En dat is best merkwaardig.

Toegegeven, het zit in een hoekje van de muziek waar ik mij niet vaak in begeef. Hoewel? Is dat eigenlijk wel zo? De spreadsheet die ik gebruik typeert dit als soul, maar dat vind ik een merkwaardig label. Natuurlijk, er zitten blazers in, soms domme achtergrondkoortjes (‘Sweet blindness’) – met excuses aan de liefhebbers van soul, we hebben een niet misse zangeres en het is pianogedomineerd met maar weinig gitaar. Maar evengoed kun je het pop noemen (wederom: ‘Sweet blindness’), op ‘Poverty train’ zitten we opeens best wel in bluesgebied, er zijn behoorlijk jazzy arrangementen, maar bovenal: aangezien Laura Nyro alle dertien tracks op dit album zelf schreef en het mede produceerde zou ik toch vooral het label singer-songwriter eraan hangen. Wat mij betreft zijn zowel Carol King als Joni Mitchell echt niet zo heel veel uit de buurt. En kijk eens naar foto’s: een vrij intrigerende verschijning die wat mij betreft meer dan een beetje doet denken aan een cleane(re) versie van Amy Winehouse. Terwijl ik bij het luisteren dacht aan King en Mitchell is het dus in werkelijkheid andersom: beide sterren waren juist beinvloed door Nyro.

Laura Nyro was de dochter van jazztrompettist Louis Nigro (en dat was dus ook haar eigenlijke naam). Een mix van joodse, Russische, Poolse en Italiaanse afkomst maar zoals je uit dat rijtje kunt opmaken: vooral New Yorks. Dat ze vanaf jong intensief met muziek bezig was kun je moeiteloos horen. Dit album is gemaakt door iemand met een brede en diepe muziekachtergrond.

Ik vind het écht goede muziek. Het album is ondanks de pianodominantie fris en intrigerend. Er worden hele goede en subtiele keuzes gemaakt in de arrangementen, waarvoor overigens ook ene Charlie Calello verantwoordelijk was. De blazers zijn verrassend smaakvol en tetteren nou eens niet de hele boel onder, hier is een fraaie vibrafoon, daar duikt opeens een interessante gitaar op – ‘Poverty train’ en het intro van ‘Stoned soul picnic’ waarin de gemute gitaar bijna klinkt als een viool – en in ‘Eli’s comin” is het een heel spaarzaam maar daardoor effectief ingezet orgel. Het al genoemde ‘Eli’s comin” is met opener ‘Luckie’ een van de nummers met een verrassend ingewikkelde structuur, met opmerkelijke – om niet te zeggen extreme – tempowisselingen en ik denk ook maatsoortwijzigingen. Luister eens naar ‘Once it was alright now (Farmer Joe)’: opmerkelijk. Dit is geen standaard-pop, verre van.

Maar ja, er is ook dat zingen van Nyro. Volgens wikipedia heeft ze een drie octaven bestrijkende mezzosopraan.

Dat was beter geweest van niet. Of beter: ze had daar veel effectiever gebruik van kunnen maken. Luister naar ‘Luckie’. Het album is nog geen tien seconden onderweg en ik hang al compleet in de gordijnen. Mijn hemel, dat hoeft toch echt niet. In ‘Sweet blindness’ en het meteen daarop volgende ‘Poverty train’ zingt ze grotendeels in een normaal register – in haar normale register – en hoor je vooral een goede zangeres met een intrigerende, half-lage stem. Het tegenovergestelde horen we in ‘Timer’. Sorry hoor, maar als je dat op speakers afspeelt moet je echt washandjes in al je glazen stoppen om te voorkomen dat de glassplinters je om de oren vliegen.

Het is echt doodzonde en het maakt ook dat dit album best vermoeiend is om naar te luisteren. Ik denk dat ik dit eigenlijk al van mezelf wist: ik moet na 167 albums constateren dat ik een moeizame relatie heb met vrouwenstemmen in muziek. Mijn muzieksmaak vereist dat er een randje aan muziek zit, en de meeste zangeressen die het maken doen dat omdat ze nachtegaalkwaliteiten hebben. Dat is dus niet aan mij besteed. En bij zangeressen voor wie het tegenovergestelde geldt – Janis Joplin – schiet het vaak weer een beetje door. Het is ook nooit goed.

Toch blijft bij mij vooral hangen dat dit een sterk album is van een getalenteerde songwriter. Wat ook interessant is: de muzikale kwaliteit zit hier niet in de individuele muzikanten maar in de bovengemiddeld smaakvolle keuzes in arrangementen. En trouwens, terwijl ik dit tik luister ik op de goede koptelefoon en valt mij weer op hoe ongekend goed dit album klinkt. Uit 1968. Hoe kan het toch dat veel platen uit deze tijd met hele matige apparatuur zo veel beter klinken dan vrijwel alles vanaf eind jaren zeventig???


Ontdek meer van ivo-habets.nl

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.