#137 Marty Robbins – Gunfighter ballads and trail songs (1959) 8/10

Zin in 35 minuten heerlijke nostalgie?

Het is voor een millennial of een Gen-Z’er vermoedelijk niet voor te stellen. Ik groeide op met twee Nederlandse kanalen op tv. Toen ik bijna veertien (!) was kwam er een derde kanaal bij, een jaar later gevolgd door de eerste Nederlandse commerciële zender(s). Op die twee Nederlandse zenders was er welgeteld één middag in de week ruimte voor tv gericht op kinderen. Op woensdagmiddag. De overige middagen werden overigens grotendeels gevuld met het legendarische testbeeld, god wat mis ik dat.

Dus wat deed je als je tv wilde kijken? ‘De Duitser’ opzetten natuurlijk! En wat keek je op die Duitser (ARD en ZDF)? Westerns natuurlijk! Vijftien jaar lang heb ik gedacht dat koibois (het toen gebruikelijke Nederlandse woord voor cowboy) Duits spraken, en Indianen (het toen gebruikelijk woord voor inheemse Amerikanen) trouwens ook. Wel zo handig, ze verstonden elkaar prima. Over koibois gesproken: dat was ook het populairste carnavalskostuum voor jongetjes in mijn jeugd (kon je met klappertjespistolen schieten! (die de helft van de tijd niet werkten, was dat spul weer nat geworden)) en anders kon je altijd nog indiaan zijn. Mijn oudere zus verslond de boeken over Arendsoog, ik verzamelde de strips van Lucky Luke (Luukie Luuk).

Waar het om gaat: zo ergens tussen 1960 of iets eerder en 1975 vormden westerns een zeer prominente cultuuruiting. TV-series als ‘Bonanza’ en ‘Rawhide’ waren enorm populair, in de bioscopen speelde de ene western na de andere met helden als John Wayne of Clint Eastwood (die trouwens bekend werd in ‘Rawhide’) of anti-helden als Lee van Cleef of iets ertussen in zoals Charles Bronson. Van pulp tot de zeer hoog aangeschreven Italiaanse klassiekers van Sergio Leone. Jawel, de term spaghetti-westerns slaat wel degelijk op een zeer geapprecieerd voedingsmiddel van de makers ervan. En om de linguïstische en culturele puzzel compleet te maken werden deze Italiaanse westerns, waarin vooral Amerikaanse acteurs schitterden, vaak opgenomen in Zuid-Spanje waar men een geschikt landschap vond. Wederom terzijde: volgens mij staat er geen soundtrack op de lijst (?), maar als er een op had gemogen was het misschien wel de schitterende Ennio Morricone-soundtrack van ‘Once upon a time in the west’, nee foei, die film heet ‘C’era una volta il west’. De typische Ennio-Morricone-gitaartjes kwamen we al tegen.

Tijd voor het bruggetje. Helemaal aan het begin van die western-cult kwam dit album uit. Sterker, het speelde er mede een rol in. Het wordt gezien als het hoogtepunt en misschien ook wel de mede-aanstichter van de ‘country outlaw’-beweging. De teksten op dit album gaan bijna uitzondering over hele foute koibois die meestal met een bullet, of eerder een hele reeks bullets, aan hun eind komen. Of het recht zegeviert: de titel ‘They’re hanging me tonight’ spreekt voor zich.

Dit album is een feest om naar te luisteren. Als je je beperkt tot de oorspronkelijke twaalf nummer krijg je 35 minuten puur muziekplezier (de cd-versie heeft drie bonustracks, het valt mee, waaronder de oorspronkelijke monoversie van grote hit ‘El Paso’). Marty Robbins is een geweldige zanger met een zeer aangename stem. Naar moderne maatstaven gebruikt hij iets te veel vibrato, een fenomeen waar men in country natuurlijk niet vies van is. Maar het doet niet af aan het genot om naar hem te luisteren. Bij de sessies kwam bij mij een vraag op. Deze man kwam iets eerder voor het voetlicht dan Elvis Presley. Die muziekgod uit Tennessee kwam ook op als countryzanger, maar werd mateloos populair toen hij de overstap maakte naar de hedendaagse muziek van toen (met veel zwarte invloeden). Als ik naar die stem luister denk ik dat Arizonian Robbins (geboren: Martin David Robinson) een vergelijkbare stap had kunnen maken, hoewel hij niet de looks of het sex appeal van Presley had. Wel rampzalige uiterst rechtse politieke opvattingen overigens, en een enorme passie voor NASCAR-races waar hij met zijn muziekgeld aan mee kon doen en af en toe een redelijk resultaat haalde, en een hartprobleem vanaf jonge leeftijd zodat hij op 57-jarige leeftijd overleed. Op dat moment stonden 52 studio-albums op zijn naam. Ehm…

Nog heel even over de muziek. Twaalf nummers in iets meer dan 35 minuten met een hoop tekst, je zou dus denken dat er muzikaal niet zo veel gebeurt. Maar dat valt mee. Het album gaat nergens vervelen, integendeel. De muziek is simpel, dat klopt, met een op de achtergrond tikkende drummer, een bassist, akoestische gitaar als belangrijkste instrument en een opvallende rol voor een (mannelijk) achtergrondkoortje. Dat koortje maakt de muziek erg gedateerd (maar lang niet zo erg als het barbershopkoortje van Ray Charles) maar is niet storend. De bassist – Bob Moore – verdient een vermelding. Het is uiterst simpel wat hij speelt, primair tonica-kwint, zoals mijn leraar het mij uitlegde. Hij speelt dus afwisselend de grondtoon en de kwint van de akkoorden waardoor je zo’n PLOEM (laag)-ploem(hoog) stuiterritme krijgt. Het is geweldig effectief in deze muziek. Die zelfde Bob Moore speelde ook op de vroege opnames van, juist, Elvis Presley. Jawel, die geweldige bas op Presleys ‘Fever’, dat is de bassist op dit album.

Luister dit trouwens niet op koptelefoon. Zoals vaker bij albums uit die tijd heeft het geconstrueerde stereo. Dan hoor je de muziek rechts en het koortje links en Robbins in het midden. Extreme panning, niet om aan te horen.

Nummers eruit pikken is nauwelijks zinvol. Opvallend zwakke nummers zijn er niet, de grote singles ‘Big iron’ en ‘El Paso’ zijn vermoedelijk de logische hoogtepunten. O ja, dit nog. Hoe kort de nummers ook zijn, ze bevatten meer modulaties dan Chic in acht en een halve minuut ‘Good times’ (namelijk 0). Luister bijvoorbeeld maar naar ‘The hanging tree’, overigens een bonustrack maar hij staat nu toevallig op.

Geniaal wordt dit natuurlijk nergens, daar is de muziek te simpel voor. Maar uiterst aangenaam.

‘Pang pang’


Ontdek meer van ivo-habets.nl

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.