#142 Prince – Purple rain (1984) 9/10

Heiligschennis? Nee hoor, niet bij dit uitstekende album

De eerste merkwaardige constatering over Prince is dat de man daadwerkelijk Prince heette. Terwijl Elvis Costello volgens het geboorteregister Declan Patrick MacManus heet en Chuck D. in werkelijkheid Carlton Douglas Ridenhour was de echte naam van Prince Prince: Rogers Nelson. Geboren in 1958 in de Amerikaanse stad die de afgelopen maand (voor de geschiedenisboeken: vanwege de ICE-rellen, de Trump-gestapo) het meest in het nieuws was: Minneapolis.

Na mijn eerste luisterbeurt stelde ik de Franse AI twee vragen: wat is het meest rock-album dat Prince maakte, en wat is volgens kwalitatieve bronnen het beste album van Prince. U raadt het al: het antwoord was twee keer ‘Purple rain’. Ik stelde de vragen niet voor niets.

Laten we met het eerste element te beginnen. Ik luisterde het album zondagavond en ik dacht meteen: wow, dit is echt wel rock. Dit album slaagt wat ‘One nation under a groove’ van Funkadelic probeerde maar niet bereikte: een echte symbiose tussen rock en, noem het: funk. Iets plastischer en minder politiek correct: tussen zwarte en witte muziekstijlen. Prince brak door met funk-gedomineerde albums, voor dit zesde album, tevens de soundtrack van zijn eerste film als acteur, gooide hij een flinke scheut rock door de mix. Die film is iedereen trouwens al lang vergeten, vermoedelijk met goede redenen. Ik lees op wikipedia dat het een tamelijk misogyn ding was – dat hoeft dan weer niet te verbazen van Prince, ook al was hij tegelijkertijd de man achter veel successen van vrouwelijke artiesten. Een flink deel daarvan kreeg waarschijnlijk de Prince-treatment, die waar Leonard Cohen ook goed in was zeg maar.

De miniatuur(1,57m)-multi-instrumentalist Prince wordt vaak door mensen geprezen als zo’n beetje de beste gitarist ooit. Diezelfde mensen, de Prince-fan-brigade, vinden hem vermoedelijk ook de beste drummer, huiseigenaar, toetsenist, enveloppenopener, bassist, deurbeldrukker, zanger, veterstrikker, producer en glaswateruitdekraanhaler ooit. Er is geen twijfel over mogelijk dat Prince een goeie gitarist was, maar lieve mensen, kijk eens op Instagram naar de vele filmpjes van – ik noem maar twee (zij het vrij extreme) voorbeelden – John McLaughlin of Jeff Beck. Zwarte gitaristen? Wes Montgomery, George Benson en jawel, natuurlijk Jimi Hendrix. Ook de waanzinnige ‘Maggot brain’-solo van Eddie Hazel wordt hier nergens benaderd. Toch is er op dit album een magisch gitaarmoment. Eén noot (nu ja, twee, samen gespeeld) die 42 jaar verder in de tijd nog steeds zo ongelofelijk herkenbaar is en zó raak en zó mooi en zó krachtig: het is de eerste noot van de solo op titelnummer ‘Purple rain’. Als mijn research en een poging om dit zelf te spelen klopt een D-F combinatie, tweederde van een Dm-akkoord (zonder de kwint, een A). Wereldschokkend? Nee natuurlijk niet. Maar zo mooi, zo’n schitterende inleiding van een uiterst muzikale solo.

Er zitten meer magische momenten op dit album. Het nummer ‘The beautiful ones’ is typisch zo’n nummer dat ik met Prince associeer en wat ik helemaal niks vind. Beetje poppy, funky, met hysterische falset gezongen. Maar dan komt er onverwacht een outro waarmee we de rock ingezogen worden en waar we sterk gitaarspel horen. De falset wordt ingeruild door een rockschreeuw. Dít is de manier om die twee muziekstijlen te combineren. De andere grote hit van dit album, ‘When doves cry’ is een ongelofelijk stuwend rocknummer – terwijl het helemaal geen rockinstrumentatie heeft, het is hartstikke synthetisch. Het werkt. Opener ‘Let’s go crazy’ is mogelijk het meest rechttoe-rechtaan rocknummer dat Prince heeft gemaakt.

Dit is echt geen gitaaralbum. Lees even mee: Yamaha CP-80 (e-piano), anonieme ‘synthesizers’, Oberheim OB-SX (analoge polyfone synthesizer), de beroemde Yamaha DX-7 (een van de meest succesvolle digitale synthesizers), Yamaca CP-70, memorymoog (de laatste polyfone synthesizer voor het bankroet van synthesizerpionier Moog), en voor de drums de Linn LM-1 en LinnDrumm (ook wel: LM-2, beide drumcomputers), Pearl SY-1 en Simmons SDS-V (drumpads, dezelfde die ook Neil Peart gebruikte). Ik ben vermoedelijk niet eens compleet. Er komt hier héél véél uit een doosje.

Maar misschien is dát wel het grote compliment dat de songwriter en producer Prince verdient. Het klinkt. Het klopt. Die elektronische drums klinken soms verbazingwekkend goed. Uitzondering: het toegededoegededoegede-etc. op ‘Take me with U’. Nog zoiets: de vrouwelijke achtergrondkoortjes die ik meestal enorm storend vind, die vallen hier niet in negatieve zin op. Misschien zelfs soms een heel klein beetje in positieve zin. Heel ieniemienie klein beetje. De enige muzikant met een substantiële bijdrage aan dit album die niet de naam van een edelman als voornaam heeft is trouwens drummer, e-drummer en drumcomputerprogrammeur Bobby Z. Die gek genoeg Robert B. Rivkin heet. De Z van, eh, zucchini of zo?

Om terug te komen naar het begin: zoals u al merkt, ik vind dit een goed album. Een erg sterk album, zij het ook bij lange na niet perfect. Er staan een paar zwakke nummers op, met name ‘Baby, I’m a star’ maar ook ‘Darling Nikki’ en in mindere mate ‘Computer blue’ halen bij lange het niveau van de rest niet. Ik vind een 9 wat aan de hoge kant als cijfer voor de muziek als zodanig, maar omdat Prince hier laat horen dat het wel degelijk mogelijk is om zwarte en witte muziek succesvol te mengen én nog steeds als zodanig herkenbaar aanwezig te laten zijn rond ik naar boven af. Dat ik dit Prince’s beste album – voor zover ik ze ken, in feite alle albums die op de lijst staan – vind, daarover is werkelijk geen enkele twijfel mogelijk.

Zie je wel, je kunt het ook gewoon aan AI overlaten. Misschien heb ik dit hele stukje wel door AI laten schrijven…


Ontdek meer van ivo-habets.nl

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.