Je kunt slechter debuteren…
Ik vrees dat ik een keer hulp van mijn collega V. nodig heb. V. is een groot muziekliefhebber, misschien nog wel meer dan ik, en omdat hij net een paar jaartjes – een middelbareschoolperiode, zeg maar – ouder is dan ik is hij dus groot geworden in de periode van de postpunk/synthpop/new wave whatever. Dat is namelijk mijn worsteling: waar liggen in vredesnaam de grenzen tussen die genres of bewegingen? Er moet er nog een bij: new romantic(s).
Ik weet in elk geval dat het geweldige Duran Duran en het verschrikkelijke Spandau Ballet tot die laatste stroming worden gerekend, en ich vraet unne bèssem – in goed Limburgs, vertalen lijkt me niet nodig – als ABC, onze band van vandaag, daar niet ook toe wordt gerekend. Synthpop lijkt me ook een goede benaming, maar er zit best veel organische muziek in. Maar ook heel veel, zeer geluidsbepalende synthesizers en vooral strijkorkesten uit een doosje. Dat doosje in kwestie is de Fairlight CMI. Ik had er nog nooit van gehoord, maar blijkbaar was het apparaat in de eerste helft van de jaren tachtig de go-to-option van bijna elke bekende popact, zozeer dat Phil Collins op zijn album ‘No jacket required’ uit 1985 het nodig vond om in de liner notes expliciet te vermelden dat op dat album géén gebruik werd gemaakt van de Fairlight CMI voor strijkers- en blazersgeluiden. Bron: wikipedia. Het ding was trouwens een grote concurrent van de synclavier waarin Frank Zappa zich in de jaren tachtig volledig verloor, met tamelijk rampzalige gevolgen. Voor wie het aandurft: luister ‘Francesco Zappa’. Dan kun je echt beter naar James Last luisteren (die best wel knappe muziek maakte… afgezien van het zingen).
Anyway, ABC! Dit is een ijzersterk album, in welk bakje je het ook wil stoppen. Dit valt wat mij betreft sowieso onder het grotere label pop en vanuit dat perspectief is het helemaal opmerkelijk goed. De muziek is volledig vocal centered, de melodieën zijn aangenaam, het heeft nummers met enorm hitpotentieel. Pop, dus. Met name ‘The look of love (part one)’ werd een grote hit, maar ook ‘Poison arrow’ en ‘All of my heart’ werden behoorlijke hits.
‘All of my heart’… Wat een formidabel nummer is dat zeg! Mijn subtitel bij Tears for fears was ‘Een monumentale popsong op een steengoed popalbum’. Die subtitel had hier ook gemogen, waarbij die monumentale popsong dus ‘All of my heart’ zou zijn. Oké, dat outro had niet gehoeven, maar het nummer heeft een van de mooiste refreinen die ik tot nu toe tegenkwam, met prachtige nep-synth-strijkers begeleiding. Bloedmooi.
Dat is vanuit mijn perspectief het opvallende aan dit album. Het loopt over van de synthesizers, drumcomputer, nepgeluiden en om het nog erger te maken speelt een van de bandleden, Stephen Singleton, saxofoon. Joepie. En het productieteam achter dit album vormde later de band The art of noise. Maar al die door mij niet zo geliefde klanken en arrangementkeuzes doen niets af aan het feit dat dit gewoon hele goede muziek is. Want ja, mijn standaardklacht bij pop dat er zo weinig gebeurt is hier totaal niet aan de orde. Dit album van 37 minuten en tien (eigenlijk maar negen of zelfs acht) nummers zit boordevol ideeën, afwisselende melodieën, tempowisselingen, variatie, alles wat je maar wil in muziek. Hier zijn echte muzikanten aan het werk en dat laten ze horen.
Kortom: dikke kudo’s. Een aangename kennismaking, want ik kende alleen een paar van de hits.

Ontdek meer van ivo-habets.nl
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
