#1013 (144) Nick Drake – Pink moon (1972) 8/10

De Engelse tokkelende bard die zo veel meisjes betoverde, maar helaas niet zichzelf

[Podcast-voorbereiding-aflevering (1001 Album Complaints episode 243) te verschijnen 19 januari 2026]

Als ik nog steeds goed geteld heb is dit het 144e album uit de (met Nederlandse/Belgische titels uitgebreide) lijst dat ik behandel. En het is voor het eerst dat we een album tegenkomen uit een scene die nogal wat titels op de lijst voortbracht: de Engelse folkie-scene van rond 1970. Uit mijn hoofd komen we – meestal meerdere – albums tegen van de geweldige John Martyn, van Fairport Convention en van de twee frontmensen van die band Sandy Denny en Richard Thompson, en van Nick Drake.

We komen niet zo maar albums tegen van Nick Drake. Nee, hij is een van die artiesten – in elk geval samen met Jimi Hendrix – van wie we letterlijk alle albums tegenkomen die hij bij leven uitbracht. En net als bij Hendrix zijn dat er drie. Muzikaal staan ze mijlenver van elkaar vandaan.

Voor wie niet bekend is met Drake een hele korte samenvatting. Nick Drake, opmerkelijk genoeg geboren in toen Birma (Myanmar) maar opgegroeid in Warwickshire dat weer niet ver van ieders favoriete tongbreker Worchestershire(sauce) ligt, was een uiterst verlegen singer-songwriter die zijn leven lang geteisterd werd door depressies. Hij had een bloedhekel aan optreden maar werd toch opgepikt, door – jawel – Ashley Hutchings, de bassist van Fairport Convention. Hup, de studio in en ‘Five leaves left’ verscheen, een tot op het bot uitgeklede verzameling nummers waarop Drake gevoelige teksten mompelt. Het verkocht voor geen meter. Het tweede album ‘Bryter Layter’ uit 1971 heeft wat meer instrumentatie. Het verkocht voor geen meter. Een jaar later verscheen zijn zwanenzang, met weer vrijwel uitsluitend de fingerpickin’ gitaar van Drake als begeleiding. Het verkocht voor geen meter. Drake zakte steeds verder weg in een depressie en in november 1974, op 26-jarige leeftijd, stierf Drake aan een overdosis antidepressiva. Bijna iedereen zegt zelfmoord, de familie denk van niet (er was geen afscheidsbriefje).

Het verhaal eindigt daar niet. Die drie albums, die bij leven geen aandacht kregen, staan niet voor niks op de lijst. Net als bij een van mijn favoriete bands ooit, Big Star, werden die albums die zo slecht verkochten blijkbaar toch op de een of andere manier levend gehouden. Het beroemde cassettebandje zal er een rol in hebben gespeeld. En links en rechts pikten mensen de muziek op, zodat in de jaren tachtig de ene na de andere grootheid uit de kast kwam als Nick Drake-fan. Volgens wikipedia waren Kate Bush, Paul Weller, the Black Crowes, the Cure’s Robert Smith, R.E.M.’s Peter Buck (NB: R.E.M. was ook een van de bands die het Big Star-evangelie verspreidden) allemaal Drake-afficionado’s. Heruitgaves van zijn albums verkochten beter. Dat ging een stuk harder toen het titelnummer van dit album in 1999 in een Volkswagen-commercial werd gebruikt en zijn muziek daarna her en der in soundtracks opdook.

Vast in gewelds- of achtervolgingsscènes. Nee, niet dus, dat is een hele smakeloze grap. Het hele ding van deze muziek is het uiterst gevoelige en depressieve karakter, zoals ik al aanhaalde. Drake was beïnvloed door poëten als William Blake, W.B. Yeats en Henry Vaughan. Het woord dat meteen opkomt als je de muziek luistert is romantiek. De man werd 120 jaar te laat geboren, hij had perfect gepast in de negentiende eeuw en je ziet Nick Drake van achter staan op het beroemde schilderij ‘Der Wanderer über der Nebelmeer’ van Caspar David Friedrich.

Hoewel ik dit niet uit externe bronnen kan bevestigen en ik mij voornamelijk op de beruchte N=1-statistiek baseer: het is niet moeilijk dat de muziek van Drake, ook in zijn latere populariteit, vooral een publiek van jonge, studerende meisjes aantrok. Een mooie jongen met nauwelijks meer dan een akoestische gitaar, een intrigerende, altijd omfloerst klinkende stem, poëtische teksten, romantiek, twijfels en onzekerheid.

En daarmee is het tijd voor een disclaimer. Ik ben dus helemaal niet het publiek voor deze muziek. De teksten spelen een centrale rol, het zijn eigenlijk bijna gedichten begeleid door gitaargetokkel – want veel meer is de begeleiding niet. Op dit hele album is het enige andere instrument een piano op het titelnummer, voorzichtig aangeslagen door Drake zelf. Kijk, afgelopen week ben ik ook begonnen in de bundel met verhalen van John Cheever. Het zijn voor mij twee gescheiden werelden. Als ik wil genieten van teksten, als ik literatuur tot mij door wil laten dringen, dan lees ik een boek terwijl muziek op de achtergrond speelt. Als ik muziek wil luisteren, welnu, dan luister ik muziek. De tekst is alleen maar het grondmateriaal voor in feite een van de instrumenten: de menselijke stem. Teksten horen in boeken, klanken op een geluidsband.

Dus dat gaat allemaal aan mij voorbij. En dan blijft er hier niet zo veel meer over. De muziek is mooi, echt mooi. Daar kan ik kort over zijn. Drake heeft een mooie stem, zijn gitaarspel is smaakvol en best indrukwekkend. Ik ben natuurlijk iemand die niet meer dan een stel basale akkoorden kan spelen op een gitaar en ik word altijd compleet zenuwachtig van fingerpicking-gitaar. Ik begrijp gewoon niet wat er allemaal gebeurt. Maar ik heb wel de indruk dat dit echt goed is. Soms lijken het twee of zelfs drie gitaren tegelijkertijd.

Soms gaat het echter ook mis. Wat hij op ‘Road’ doet is gewoon niet mooi. Het klinkt merkwaardig genoeg houterig – wat hij allesbehalve is – en met moeite in het ritme, en die hele harde plukken, poeh. Nog merkwaardiger is de korte instrumental ‘Horn’. Dat is echt een totale misser. Er gebeurt helemaal niets, het is wat doelloos gepluk.

Waarna het album verdergaat met een van de hoogtepunten: ‘Things behind the sun’. Ook ‘Place to be’ en ‘Free ride’ vind ik eruit springen.

Behalve die ene rare misser is dit een mooi album. Maar om het voor mij echt een knaller te maken is er toch iets meer muziek nodig.


Ontdek meer van ivo-habets.nl

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.