#130a TC Matic – TC Matic (1981) 10/10

Dit is een kandidaat om een 11 te krijgen

[Tweede album van de Nederlands/Belgische toevoegingen uit de Nederlandstalige editie, gekozen door Tom Engelshoven. De eerste had na circa 60 albums gemoeten, daar was ik wat te vroeg mee. Nu ben ik iets te laat.]

Vooropgesteld: ik kan op geen enkele manier ook maar enigszins objectief oordelen over dit album. Er zijn weinig albums die zo bepalend zijn geweest voor mijn muzikale ontwikkeling, voor de vorming van mijn muzikale smaak, mijn esthetiek zoals ik het in deze beschouwingen vaak noem. Er zijn ook maar weinig albums die ik zo vaak geluisterd heb. Ik adem dit album in en uit.

Ik moet het omstreeks 1993, misschien 1994 hebben leren kennen. Via Studio Brussel maakte ik kennis met de muziek van Arno (Hintjens), die toen net een van zijn beste solo-albums had uitgebracht: ‘Idiots savants’. Wat ik op de radio hoorde fascineerde mij, net ontworsteld aan mijn metaltienerjaren, net student, eindeloos. Ik kocht het album en ging me verdiepen in Arno, met alle beperkingen die in het pre-internettijdperk golden. Oor’s Popencyclopedie was je grootste vriend. Arno bleek bekend te zijn geworden als frontman van TC Matic. Dus naar de platenzaak en al snel alle vier de albums – verschenen tussen 1981 en 1985 – gekocht, ik weet niet meer in welke volgorde, met de zuurverdiende centen van mijn studentenbaantje. Dit album maakte natuurlijk de meeste indruk, hoewel vanzelfsprekend ‘Putain, putain’ (van derde album ‘Choco’) en ‘Elle adore le noir’ (van slotalbum ‘Yé yé’) ook meteen tot mijn favorieten behoorden. Zometeen meer: die titels zeggen al iets… Toch, dit eponymous debuutalbum had dat ene nummer: ‘Oh la la la’. Ik herkende het, ik moet het in mijn vroege jeugd vaker op de radio gehoord hebben, want de Belgische radio (de gewone, niet Studio Brussel) stond bij ons vaker op. Grensstreek hè. En natuurlijk greep het me.

Een interessante terzijde: toen ik dit leerde kennen was het album dus twaalf à dertien jaar oud. Dat voelde als oude muziek. Dat is nu bijna lachwekkend. Muziek van twaalf jaar oud is net nieuw. Remember: ‘1989′ van Taylor Swift is nu ongeveer net zo oud… Ja, in de ogen van een Gen-Z’er of zelfs een Gen-Alpha is dat ook een oud album, maar een Gen-X’er denkt: net nieuw. Popmuziek, of beter: moderne muziek, is oud aan het worden. Want in perspectief: toen dit album uitkwam was op zijn beurt ‘Abbey Road’ twaalf jaar oud, of ‘Revolver’ – het eerste min of meer revolutionaire album van The Beatles – net zestien. Nu is ‘Revolver’ bijna zestig jaar oud en ‘TC Matic’ vierenveertig. Alles komt daardoor in een ander perspectief te staan.

Dit album is verpletterend. Toen ik het leerde kennen dacht ik: zoiets is nooit eerder, en nooit meer gemaakt. Beide stellingen zijn natuurlijk niet waar, of niet helemaal waar. Dat die eerste stelling genuanceerder lag merkte ik pas toen ik een jaar of twintig verder in de tijd het tweede album van Public Image Ltd. leerde kennen: ‘Metal box’. TC Matic – de band en het album – heeft daar duidelijk goed naar geluisterd. En toch is het geluid nog steeds volstrekt uniek.

Twee dingen maken de muziek op dit album (echt overduidelijk het beste van de vier) zo bijzonder. Ten eerste de vijf leden, ten tweede het karakter van de muziek. De vier muzikanten en de zanger van TC Matic zijn geen van allen (hoewel…) onvergetelijke sterren op hun instrument. Maar ze spelen zo ongelofelijk spot on precies wat ze moeten spelen dat het nagenoeg perfect is. Bovendien past de muziek helemaal in de tijd, nee, deze muziek vórmt het tijdsbeeld. Drummer Rudy Cloet en bassist Ferre Baelen hebben buiten TC Matic nauwelijks enige bekendheid vergaard. Beide speelden voorheen bij Tjens Couter, de eerste band van zanger Arno (HinTJENS met gitarist Paul DeCOUTERe). Ze vormen een geweldige ritmesectie. Drummer Cloet laat op ‘I’m not like that’ zo’n ongekend stuwende beat horen, veel beter wordt drummen in new wave-achtige muziek niet. Er is een obscure live-video, die moet je eens opzoeken (moeilijk te vinden, hij staat op de bonus-DVD bij de jubileumeditie van dit album) en je verwonderen over Cloet op dat nummer. Dat bassist Baelen ontzettend bepalend is voor het geluid is niet te missen. ‘L’union fait la force’, ‘The barrot brigade’, ‘Viva boema’ en natuurlijk ook ‘Oh la la la’ worden volledig gedragen door de destijds uiterst moderne basmelodieën van Baelen. En luister eens naar ‘L’union fait la force’: dat is hartstikke jarentachtigbas, maar er komt absoluut geen zeepsop aan te pas zoals bij Paul Simon en Culture Club.

Toetsenist Serge Feys is wat bekender buiten TC Matic. Niet alleen speelde hij mee op sommige van de vele solo-albums en -tournees van Arno (dat deed Cloet af en toe), hij speelde ook in Noordkaap dat met ‘Gigant’ wat mij betreft misschien wel het beste Nederlandstalige album ooit maakte. De band van zanger Stijn Meuris was een van de beste alternatieve Belgische (of Nederlandstalige) bands van de jaren negentig, samen met Gorky (van Luc de Vos) natuurlijk. Terug naar Serge Feys: ook hij is enorm bepalend voor het geluid van de band, maar dat zijn ze alle vijf. Niet vaak zie je dat de sound van de band zozeer door alle leden bepaald wordt. Zijn synthesizergebruik is geweldig. Luister maar naar ‘With you’, het prijsnummer van dit album.

En dan is er Jean-Marie Aerts. Dat is misschien de enige van wie je zou kunnen zeggen dat hij echt een beest is op zijn instrument. Zijn spel is uitermate atypisch en innovatief. Je hoeft dit album maar op te zetten en de begintonen te horen van ‘Bye bye till the next time’: gegarandeerd heb je zoiets nog nooit gehoord. Ook zijn piepende, krassende en ratelende spel op ‘Oh la la la’ is extraordinair, zoals Fransen zouden zeggen. Op dit album had ook de single ‘Willie’ (misschien beter bekend als ‘Willy Willy’) kunnen staan – Aerts’ solo op dat nummer is misschien niet Joe Satriani-virtuoos, maar ongekend muzikaal. Hij speelde voor TC Matic vooral bij Raymond van het Groenewoud en werd later producer van een reeks meer of minder bekende Belgische acts, zoals De Kreuners, Absynthe Minded, Jo Lemaire en Gorki, maar ook van het Nederlandse Urban Dance Squad.

En dan is er natuurlijk Arno. Uiteindelijk de man om wie dit allemaal draait. Een volstrekt uniek talent, inmiddels enkele jaren niet meer onder onze ons (in 2022 overleden, Aerts in 2024) waarmee hij het best lang heeft volgehouden. Ooit werkte hij als kok in een hotel in Oostende waar hij de ‘verbannen’ Marvin Gaye leerde kennen. Een enorme bluesliefhebber, wat zijn hele unieke carrière lang terug bleef komen. Maar ook, en dan komen we bij het unieke karakter van TC Matic, iemand wiens muzieksmaak gedrenkt is in het Franse chanson. En Arno was een beest van een frontman, van een live-muzikant. Een van de meest legendarische optredens die ik heb bijgewoond was van Arno in 1994 of zo in het Tilbrugse Noorderlicht. Een verpletterende show.

Wat TC Matic zo uniek maakt is de unieke mix van genres uit alle hoeken en gaten die gecombineerd worden met een uiterst modern (destijds) new wave-geluid. Niet voor niets hebben we albumtitels als ‘L’apache’ (Parijse vandalen/kleine criminelen begin vorige eeuw) of ‘Yé yé’ (de Franse variant van Angelsaksische pop/rock in de jaren zestig). Niet voor niets werd ‘Putain putain’ volgens sommigen een soort modern Europees volkslied, want het citeert ‘Ode an die Freude’ – om vervolgens onder andere het effect van het formaat van een penis te beschrijven, wat niemand meekrijgt want het is in Oostends dialect. En niet voor niets wordt een reeks talen op dit album door elkaar heen gebruikt: Engels, Frans, Nederlands/Vlaams zo je wil maar in elk geval Oostends en misschien mis ik nog Duits. Alle talen overigens in de steenkolenvariant. Deze muziek is Europées. Let op: Europa, de EU, was anno 1981 veel minder eenheid dan nu, er was nog geen interne markt, er waren nog grenscontroles, mensen zagen op televisie alleen de eigen nationale zenders (in België natuurlijk wel twee Nederlands- en twee Franstalige) en wat kanalen uit de buurlanden. Maar TC Matic maakte muziek die geworteld is in de cultuur van een continent dat in meer dan duizend jaar continu schuivende grenzen, opkomende en verdwijnende koninkrijken en keizerrijken had en waarin de fictie van de natiestaat – zoals overal – vooral dat is: een fictie. Zij stijgen daarboven uit en dat is wat zij toevoegen aan het geluid van P.I.L.: dat Europese karakter.

En dat maakt dit album zo uniek. Naast de steengoede songs. Dit album kent geen enkel zwak nummer. ‘Oh la la la’ was tientallen jaren lang het ultieme feestnummer in België (dat met zijn drie talen en Brussel als nationale en Europese hoofdstad een soort Europa in het klein is), ‘With you’ is een fantastische plaat, ‘L’union fait la force’ knalt na bijna 45 jaar nog steeds fris als een hoentje uit je speakers.

Een wereldplaat. Deze had gewoon in de hoofdlijst van het boek gemoeten, niet alleen in de Nederlandse editie.


Ontdek meer van ivo-habets.nl

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.