Hoe Bach uit je luidsprekers knalt op een hardrockalbum
Iedereen die niet onder een steen leeft weet dat (de legendarische line-up van) Deep Purple de band is met twee axe men: gitarist Richie Blackmore en toetsenist of eigenlijk organist Jon Lord. Die laten meteen van zich horen in opener ‘Highway star’ en het is werkelijk een en al Bach dat uit je speakers knettert. Een organist die ook nog eens klassiek geschoold is, dan is Bach natuurlijk nooit ver weg. Maar ook de gitaarsolo van Blackmore is rechtstreeks van Bach afkomstig.
En dat is geweldig.
Wat ook geweldig is: deze band. De term supergroep wordt gebruikt voor een band die is samengesteld uit muzikanten die hun sporen meer dan verdiend hebben in hun eerdere – of eigenlijke – bands. Maar hoe noem je een band die gewoon uit supermuzikanten bestaat? De muzikaliteit is onvoorstelbaar op dit album, alle vier instrumentalisten presteren echt op de toppen van hun kunnen, en nee, dat is niet omdat hun kunnen niet veel voorstelt. Lord is natuurlijk de koning van hardrocktoetsenisten. Blackmore is misschien wel een van de meest onderschatte gitaristen in de hardrockgeschiedenis; om een of andere reden staat hij bijna nooit op lijstjes en dat is niet terecht. Maar misschien zijn de echte sterren van dit album wel de twee mensen die de basis leggen: drummer Ian Paice en bassist Roger Glover.
Ian Paice is echt een werelddrummer. Hij is volgens mij een van de weinige bekende drummers die linkshandig drumt – dus de snare met rechts en de hi-hat met links – en dat ziet er heel gek uit. Dit album heeft natuurlijk de drumsolo op ‘Space truckin”, een fenomeen dat op live-albums vrij gebruikelijk is maar heel zeldzaam op (rock-)studio-albums.
Nog bijzonderder is het baswerk van Roger Glover. Het is mij nooit eerder zo opgevallen, maar die is echt fenomenaal op dit album. Echt FENOMENAAL! Wat een baslijnen. Alleen dat is al genoeg om dit album een 10 te geven.
Ik heb zanger Ian Gillan als enige nog niet genoemd. De bekendste giller (pun intended) uit de muziekgeschiedenis. Zijn hoogtepunt is natuurlijk ‘Child in time’ op ‘In rock’.
De bekendste nummers van dit album zijn ‘Smoke on the water’ en het al genoemde ‘Highway star’. Maar eerlijk gezegd is het hoogtepunt de B-kant, met nummers die schitteren op het live-album ‘Made in Japan’ dat van de toernee werd gemaakt en dat zelf óók op de lijst staat. ‘Lazy’ en ‘Space truckin” zijn formidabele songs waar de band helemaal losgaat. ‘Lazy’ begint met een stukje orgelimprovisatie van Lord waar het Bachiaanse kerkorgel weer terugkeert, maar het is ook een al jazz. Dat genre hoor je op dit album vaker als invloed, net als blues of eigenlijk countryblues. Moet je die swing horen nadat de improvs in het begin overgaan in de melodie: wauw. En dan die rockabilly-achtige solo van Blackmore. ‘Lazy’ is hét nummer van bassist Glover, zoals ‘Space truckin” het nummer van drummer Paice is. Dit is hogeschool-rockdrommen. Via deze link kun je de geïsoleerde drum track luisteren. Dan valt op hoe Paice in de solo in het geheel geen cymbalen gebruikt. Het is fascinerend om te luisteren.
Op dit filmpje krijg je trouwens een beeld van het baswerk van Glover op ‘Lazy’. Als je het zo nadrukkelijk bekijkt en beluistert vallen ook weer die rockabilly-elementen op. Het is schitterend om te zien.
En dan eindigt het album nog eens met het nét niet over the top ‘When a blind man cries’, het beste optreden van Gillan op dit album. Of nee, dat doet het niet. Dat was een B-kant die pas bij een re-issue is toegevoegd aan het album. Zucht, maar weer eens.
Die zucht doet er niets aan af. Of dit het beste Deep Purple-album is of het twee aar oudere ‘In rock’ (of ‘Made in Japan’) gaan we later nog wel zien. Geweldig is het. Punt.

Ontdek meer van ivo-habets.nl
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.