#83 Randy Newman – Sail away (1972) 9/10

We moeten het over religie hebben

Hier is er weer een. Een album dat al vijftien jaar in de kast staat, dat ik voor de vorm een keer of zes of zo geluisterd heb maar waar ik nooit veel aan vond. De redenen daarvoor zijn niet moeilijk te vinden. Belangrijkste: het zingen, de stem van Randy Newman is nou eenmaal vrij vreselijk. Twee: het is een totaal piano-gedomineerd album. Voor moderne westerse muziek heb je altijd een akkoordeninstrument nodig, ofwel een gitaar ofwel een klavierinstrument (of iets exotisch). Uit de voorgaande 82 afleveringen zal duidelijk zijn geworden dat mijn sterke voorkeur de gitaargedomineerde variant heeft. Drie: ‘You can leave your hat on’, dat bekend is geworden door de vreselijke versie van de afschuwelijke Joe Cocker, en ook nog eens door de flamboyante, cheesy Tom Jones.

De stem van Newman maakt waarschijnlijk deels dat hij vooral roem heeft verworven als songwriter. We kwamen hem al eens tegen bij het jaren oudere album van Dusty Springfield. De laatste veertig jaar heeft hij vooral naam en faam – en vermoedelijk heel veel geld – gemaakt met filmsoundtracks, niet in de laatste plaats voor Pixar-/Disneyfilms (zoals Toy Story 1 tot en met 4).

Randy Newman is joods. Wat mij opvalt – en vooral bévalt – aan dit album is de hier en daar opduikende overduidelijke joodse inspiratie. De Google-AI die tegenwoordig alle vragen – al dan niet gewenst – beantwoordt ziet wel joodse elementen in de teksten maar niet in de muziek.

Eh? Echt niet? Luister eens naar ‘Lonely at the top’, als daar geen klezmer vanaf druipt weet ik het niet meer. Het kan zo op een album van de sterk door klezmer geïnspireerde jazzcomponiste Myriam Alter. En hints van die invloeden komen her en der terug.

Google-AI weet het beter: Newman is vooral beïnvloed door Tin Pan Alley-songwriters. Dat zijn de songwriters, oorspronkelijk allemaal werkend in een gebouw aan 28th Street in Broadway, die tussen 1885 en de jaren dertig in hoog tempo onvergetelijke songs en musicals schreven. Bijna alle jazz-standards komen hieruit voort.

Bekijk dit rijtje: Irving Berlin, George en Ira Gershwin, Harold Arlen en Jerome Kern. De enige echte ster die ontbreekt in dit rijtje – naast allicht Johnny Mercer – is Cole Porter (misschien wel de beste, trouwens). Dit zijn allemaal joodse Amerikanen. Kortom: bijna alle grote Amerikaanse songwriters van voor de oorlog waren joods en bijna alle Tin Pan Alley-songs moeten onvermijdelijk deels in een pot joodse mosterd gedrenkt zijn.

Na de oorlog? Denk terug aan Dusty Springfield: Randy Newman, Burt Bacharach, Carole King, yup, allemaal joodse Amerikanen. Het is fascinerend. Maar zoals altijd met cultuur, het is de melting pot die het sterk maakt. Overigens heb ik het hier uiteraard over cultuur, niet over religie. Zoals ik even atheïstisch ben als Richard Dawkins ben ik ook tot in elke letter op mijn DNA katholiek.

Het album staat vol juweeltjes. Het absolute hoogtepunt wat mij betreft is het onweerstaanbare ‘Memo to my son’; het is gewoon een E-akkoord uit elkaar plukken maar wat een fantastische melodie. ‘He gives us all his love’, ‘God’s song (that’s why I love mankind)’ – dat trouwens in tekst wel degelijk over (joodse) religie gaat – het loom swingende ‘Political science’, het zijn voor mij de hoogtepunten, veel meer dan de bekende nummers ‘Sail away’ en ‘You can leave your hat on’. ‘Sail away’ en ‘It’s lonely at the top’ kunnen mij wel bekoren overigens.

Aan alles hoor je dat hier een uiterst getalenteerde songwriter aan het werk is. En de uitvoeringen zijn, ondanks de krakende zang, mooi. Dit album is bij dezen bij mij gerehabiliteerd.


Ontdek meer van ivo-habets.nl

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.