#141 Bill Callahan – Sometimes I wish we were an eagle (2009) 8/10

Bill mompelt er stijlvol op los

Altijd spannend, een nieuw album. Van een artiest waar ik nog nooit van had gehoord, en waarover trouwens ook bijster weinig info te vinden is op het almachtige internet, net als van dit album als zodanig.

Dat neemt niet weg dat het een mooi album is. Niet dat die twee dingen – de hoeveelheid info op internet en mijn appreciatie van de muziek – trouwens überhaupt veel met elkaar te maken hebben. Waar moeten we dit zoeken, want u als lezer weet allicht net zo weinig van William Rahr Callahan uit Maryland als ik?

Denk Howe Gelb of diens vroegere band Giant Sand. Denk Will Oldham maar dan met een fikse bariton in plaats van een breekbare piepstem en wat meer rock en wat minder country. Daar ergens zitten we. Callahan was 43 toen dit album uitkwam en hij was al aan zijn zestiende (!) album toe. De eerste veertien werden uitgebracht onder de naam Smog, maar ook dat was in feite gewoon Bill Callahan. Dit tweede album onder zijn eigen naam leverde hem brede waardering op.

En terecht, want nogmaals: dit is een mooi en sterk album. Bij mijn eerste luisterbeurt (tijdens Spelen-kijken) was ik niet erg onder de indruk, maar bij elke luisterbeurt ging het album groeien. Ja, de instrumentatie is wat ingetogen, maar het geheel klinkt fraai, sfeervol en mooi opgenomen. De instrumentatie is trouwens niet per se spaarzaam want er zijn mooie strijkers en bijvoorbeeld in ‘All thoughts are prey to some beast’ zit een erg fraai blazers-arrangement, beter gezegd: hoorn. Het is trouwens een van de pittiger nummers van het album.

Een aparte vermelding en een bonuspunt voor de tekst – voor een keer dan – verdient afsluiter ‘Faith/Void’. Dat nummer is opgebouwd rond de zin “It’s time to put god away”. Dat lijkt me inderdaad een goed idee. Maar Billy krijgt er meteen een minpunt achteraan want die ene zin wordt twintig keer gezongen plus nog eens acht variaties (“I put god away”). Dat past overigens wel bij het nummer want het is een bijna mantra-achtig bezwerend nummer waarin de auteur bezingt hoe hij zich overgeeft aan een leven zonder hogere entiteit. Het is muzikaal zeker een van de hoogtepunten.

De aanmoedigingsprijs op dit album gaat naar drummer Luis Martinez. Die speelt uiterst zuinig, om niet te zeggen simplistisch, maar het wérkt. Effectiviteit van de hoogste plank. Een mooi voorbeeld is het nogal eenvoudige syncoperen in ‘Rococo Zephyr’, sowieso een van de hoogtepunten.

Ik heb maar één zeurpuntje. De plaatvulling die vooraf gaat aan dat evocatieve slotnummer, de instrumental (als je een vervormde vrouwenstem niet als zang beschouwt) ‘Invocation of ratiocination’ is totaal overbodig.

Ik zou best wat meer van Callahan willen horen. Dit is een aangename verrassing want de meeste nieuwe albums in de lijst zijn bar en bar slecht. Bill mag door naar de volgende ronde.


Ontdek meer van ivo-habets.nl

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.