Een diepe buiging voor een van de beste albums ooit. Misschien wel het beste.
Ik klaag vaak over muziek waarin niets of te weinig gebeurt. Laat ik een voorbeeld geven van het tegendeel, om mijn punt duidelijk te maken. Neem een van de minder opvallende nummers van dit album, titelnummer ‘The bends’. Moet je dit toch eens luisteren. Hoeveel briljante ideeën zitten in dit éne nummer? Nee, het is geen drukke janboel zoals je vaak in progrock tegenkomt. Het is allemaal gefocust, het past allemaal bij elkaar. En dan na iets meer dan drie minuten gooit het nummer het opeens over een andere boeg. Het gaspedaal gaat omlaag, de gain op de gitaren omhoog, juist een melodieuze zanglijn ertegenover die daarmee bijna een contrapunt maakt en net als je wil gaan headbangen komen we in één keer in een rustige oase en eindigt het nummer met een met krakende stem gezongen afscheid.
Dít is muziek. Lieve muzikanten, dit is waarom we albums kopen. En dan is dit niet eens een van de beste nummers van dit album.
Inmiddels heb ik 148+2 albums uit de lijst beoordeeld. En dan komt een van mijn favoriete albums ooit uit de randomgenerator rollen. Ik kan vrijwel elke noot die gespeeld wordt op dit album meeneuriën (elke andere goedbedoelde activiteit die klank voortbrengt is niet aan te raden, waarover zometeen meer). Er zijn dus geen 5-8 luisterbeurten nodig. Ik vond het even spannend, want ik heb het nodige geleerd in deze negen maanden dat ik bezig ben, ik ben deels anders naar muziek gaan luisteren, ik heb mezelf opengesteld voor muziek waarvan ik me altijd heb afgesloten en ik kan dat soms verbazingwekkend goed waarderen. Dus… hoe bevalt een van de albums die mijn studententijd en de jongvolwasseneperiode domineerden? Ik luister het niet zo vaak, alleen losse nummers, dus blijft het overeind, of vind ik er eigenlijk best een aantal zwakke nummers tussen zitten?
Ja, het blijft overeind. Nee, dit album bevat geen enkel zwak nummer, hooguit meer en minder spectaculaire. Dit is niet muziek maar Muziek, dit is ongekend fantastisch.
Hyperbolen? Ja. Maar dat is de muziek ook. Het ongelofelijk mooi opgebouwde ‘High and dry’, het nog mooier opgebouwde ‘Fake plastic trees’ (een van de mooiste songs ooit), het formidabel meeslepende ‘Sulk’ waarin Thom Yorke steeds meer als een varken gaat gillen (ik bedoel dit positief) enzovoort enzovoort. Het is een 48 minuten durende reis door het Walhallah. En het voelt als korter dan 48 minuten, in beginsel iets voorbij de optimale lengte voor een album. Want mijn hemel, nu ja, ik ga mezelf herhalen.
Dan heb je bijna het hele album gehad, en dan komt afsluiter ‘Street spirit (fade out)’. Mon dieu. Mein gott. Dear Lord. Dio mio. Kippenvel. Misschien wel tranen. Of gewoon meezingen/-schreeuwen/-gillen met die uithalen van Yorke.
De arme buren – ze leven niet meer – van mijn ouders zullen niet de enige slachtoffers zijn geweest van studerende buurjongetjes of natuurlijk -meisjes die tweede helft jaren negentig het niet konden laten mee te zingen op dit album, en vooral in de fortissimo passages. Of nog erger, in de met falset gezongen delen zoals in ‘High and dry’. Als je er zonder moeite in slaagt om dat niet te doen, welnu, dan is deze muziek niet voor jou.
Dan is muziek niet voor jou…
Ik vind dit album, anders dan veel mensen en critici, duidelijk beter dan opvolger ‘OK Computer’. Dit album is vooral wat rauwer, iets minder gemaakt, geproduceerd voor mijn part. Over productie gesproken: dit album klinkt zo ongelofelijk goed! Ja, alles aan dit album is goed, dat was al duidelijk, maar daarbij helpt het zeker dat het klinkt als een klok. De muziek is zo goed geplot, je hoort alle instrumenten, alle details, de balans tussen zang en muziek is perfect. Een shout out is ook op zijn plaats voor de ritmesectie. Drummer Philip Selway heeft het woord effectiviteit uitgevonden, terwijl bassist Colin Greenwood echt superbe lijnen speelt. Nergens briljant, zoals geen enkele muzikant op dit album briljant is. Er staat amper een gitaarsolo op dit album. De muziék is briljant. Het is als een voetbalelftal dat het niet moet hebben van een Cristiano Ronaldo-achtige ster maar dat uitblinkt door het samenspel en de negentig minuten (nu ja, 48) lang perfect uitgevoerde tactiek.
Helemaal niets aan te merken? Jawel. Die cover is foeilelijk. Bah.
En helaas, mag ik nog een keer tranen met tuiten huilen dat deze band na opvolger ‘OK computer’ besloot om Commodore-64-spelletjes-soundtracks op album te gaan uitbrengen, in plaats van de meest briljante alternatieve rock ooit gemaakt? Of bijna de meest briljante, ik heb nog een dikke 900 albums te gaan en daar zit in elk geval één kandidaat-album tussen dat ik misschien nóg beter vind.
Maar dat komt.
Ik geniet nog even van de muziek die op stevig volume mijn kamer vult.

Ontdek meer van ivo-habets.nl
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
