#135 Billy Joel – The Stranger (1977) 7/10

Een sterk album uit Nijoe Yawk

Ik zou mezelf niet bepaald als een kenner van Amerikaanse accenten willen betitelen, integendeel. Natuurlijk, iedereen hoort het wanneer iemand uit het zuiden van de VS komt, maar ik kan geen Texaan van een North Carolinian (?) herkennen. En toch wonen ze bijna 2000 kilometer van elkaar vandaan. Of een Washingtonian van een Californian. Ik zet deze plaat op (vrijwel niets wetend van Billy Joel) en het eerste wat ik denk, bij openingsnummer ‘Movin’ out (Anthony’s song)’ is: “wow, die komt uit New York”. Of zoals hij zelf ergens op dit album zingt: Nijoe Yawk. Check: jawel hoor. En van joodse afkomst. Maar dat zegt allemaal niks over muziek, natuurlijk. Overigens, in het soort muziek dat hier langskomt, hoe vaak hoor je daar een southern drawl? In Lynyrd Skynyrd en misschien nog wat country-albums, maar het is zeldzaam.

In het spreadsheet dat ik van internet heb geplukt waarin ik alles bijhoud wordt aan albums ook altijd een genre gekoppeld. Voor wat het waard is, want wat kun je daar heerlijk over palaveren. Bij dit album staat ‘rock’.

Pardon?

Waar ligt eigenlijk de grens tussen pop en rock? In Nederland in elk geval op een andere plek dan in de VS. Ik zie twee scheidslijnen. Gevoelsmatig denk ik bij rock (zonder adjectieven) primair aan elektrische-gitaargedomineerde muziek, waar pop eerder naar toetsen, akoestische gitaar of een breder instrumentarium neigt. En tegenwoordig natuurlijk elektronische teringherrie. Nou, dan zijn we bij dit album snel klaar. Er is één gitaargedomineerde song – het al genoemde openingsnummer – en de rest van dit album van toetsenman Billy Joel – die beroemd werd met het nummer ‘Piano man’ – is toetsengedomineerd. Toch is dat niet zwart-wit, denk aan iemand als Joe Jackson die ik eerder in de rockbak zou stoppen dan in de popbak die ergens in een hoekje van een stoffige zolder staat. Ik zie zoals gezegd nog een ander onderscheid, dat ik hier al vaker heb gehanteerd. Pop is vocal centered (hoe zou je dat in het Nederlands vertalen – Le Chat suggereert “met vocale focus”?) terwijl in rock de muziek veel meer ruimte of aandacht krijgt.

Een popalbum dus. Een goéd album, want dit is een prima luisterervaring. En hoewel pop, mijn vaak gehoorde klacht dat in pop zo weinig gebeurt, die gaat hier totaal niet op. Dit is een knap gecomponeerd en gearrangeerd album. Neem alleen al ‘Scenes from an Italian restaurant’, dat je met zijn gesegmenteerde structuur bijna een progrock-achtig werkje zou kunnen noemen. Hoewel dat uiteindelijk natuurlijk rechtstreeks terugvoert op klassieke muziek, dus waar deze joods-Amerikaanse Abraham zijn mosterd haalde, who cares.

Dit album is Joels hoogtepunt en er staat dan ook een reeks hits op. Wederom ‘Movin’ out (Anthony’s song)’ – KAP TOCH EENS MET DIE STOMME TITELS TUSSEN HAAKJES – naast ‘Just the way you are’, ‘She’s always a woman’ en ‘Only the good die young’. Merkwaardig is dat het meest gestreamde nummer niet een van dit hits is, maar het fraaie juweeltje ‘Vienna’. Ik kende het helemaal niet, terwijl het bijna een miljard (!!!) keer gestreamd is. Nogmaals: mooi nummer. Dat geldt dan weer niet voor ‘Only the good die young’, echt een nietszeggende popsong. ‘She always a woman’ is voor mijn herrie-getrainde oren ook een veel te zoetsappige popdraak. ‘Just the way you are’ had een mooie ballad met een geile elektronische piano (de eeuwige Fender Rhodes) kunnen zijn, maar wordt volledig aan stukken geblazen door een foeilelijke (alt)saxofoon. Welke mafmalloot heeft toch ooit bedacht dat saxofoon in pop- of rockmuziek een goed idee is?

In het al genoemde ‘Scenes from an Italian restaurant’ voegt de saxofoon wél iets toe aan het uitgebreide en gevarieerde klankenpalet. Maar luister eens naar ‘Get it right the first time’, een meer uptempo song. Daarin zit een dwarsfluit wat een veel interessanter klankkleur oplevert. Terzijde, het valt me nu op dat die gespeeld wordt door Richie Cannata, die op dit album credits krijgt voor – hou u vast – orgel, tenorsax, sopraansax, klarinet, fluit en… tuba. Die eerste vier instrumenten, daar draait een beetje getalenteerde houtblazer zijn hand niet voor om, maar de combinatie met tuba is, ehm, bijzonder. In jazz kom je wel mensen tegen die hout en koper combineren, maar dat is meestal toch trompet-saxofoon. Nu ja, als ik goed geïnformeerd ben geldt dat hoe groter de kopertoeter hoe makkelijker de embouchure (heeft mij ooit de sousafonist van een zaate hèrmenie verteld, dus die mag het zeggen).

Ten slotte: ietwat opmerkelijk is dat de laatste twee nummers gemiddeld 8 miljoen streams scoren, terwijl de eerste zeven er gemiddeld 360 miljoen scoren. Ik constateer voorzichtig dat mensen niet vaak naar het volledige album luisteren. Het na die twee slotnummers minst gestreamde nummer is, en dat is toch wel opmerkelijk, titelnummer ‘The stranger’. Opmerkelijk want vaak is het titelnummer toch een van de prijsnummers van een album, maar ook opmerkelijk omdat ik het een van de mooiste nummers vind. Het heeft een werkelijk prachtige melodie en dat fluitmelodietje krijg je niet uit je hoofd. Mooi gedaan is ook dat het aan het einde van het album herhaald wordt.

Jammer dat er een paar – sorry – zeiknummers op dit album staan (ik heb ‘Everybody has a dream’, dat slotnummer nog niet genoemd – pfff) want op zijn hoogtepunten is dit misschien wel het beste popalbum tot nu toe. Om terug te gaan naar de kwestie pop of rock: dat is wel duidelijk, toch?


Ontdek meer van ivo-habets.nl

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.