#133 Baaba Maal & Mansour Seck – Djam Lellii (1984/1989) 4/10

Hebben al die mensen alleen het eerste nummer geluisterd?

Ik ben weer eens gefopt. Ik was al begonnen aan deze blogpost en ik had in de titel als waardering het cijfer 3/10 getikt, toen mijn oog viel op een kleine voetnoot in het wikipedialemmet: de laatste vier tracks zijn toegevoegd bij de cd-release uit 1998.

Als ik dat eerder had geweten was mijn waardering, mijn hele luisterervaring echt anders uitgevallen. Want mijn hemel… Dit album, in de cd-versie dus, duurt maar liefst 72 minuten. Dat zijn er zeker dertig te veel. Die vier toegevoegde nummers zijn garant voor een dikke 23 minuten, en bovendien is een van de vier het bijna letterlijk eindeloze ‘Ko wone mayo’ waarin uitgesponnen over negen en een halve minuut bijna niets gebeurt (niet helemaal waar, plotseling wordt er onverstaanbaar Frans gezongen, volgens mij de enige keer op het album). Het slotnummer ‘Taara’ is tenenkrommend slecht. Dus die bonustracks verneuken de boel echt. Sterker: dit album bevat één duidelijk hoogtepunt: ‘Sehilam’. En keer op keer bij de beluistering – ik heb er toch een stuk of zes luisterbeurten tegenaan gegooid – dacht ik bij dat nummer: “hier had het album moeten eindigen”. Niet alleen omdat wat erna komt niet veel soeps meer is, maar ook omdat het een perfecte afsluiter is. De luisteraar is tegen de tijd dat ‘Sehilam’ begint aardig in slaap gesukkeld en plotseling komt het meest uptempo, meest swingende, muzikaal meest interessante nummer van het album. Een echte goeie albumafsluiter, dus.

Wat het eigenlijk ook was. Even een stap terug. We zitten in Senegal en ik begon met de luisterbeurten op de dag dat Senegal in een wel heel erg veel besproken finale de Afrikacup won ten koste van organiserend land Marokko. Dit album, ook iets wat mij pas na afloop duidelijk werd, is opgenomen in 1984 maar werd pas gereleased in 1989. Het klinkt opmerkelijk goed voor 1984, en trouwens ook voor 1989. Maar wat er klinkt is niet zo veel. Dat is letterlijk waar; we hebben twee akoestische gitaren, overigens regelmatig vervormd (met name chorus), twee stemmen, en soms een kora (soort luit), een balafon (West-Afrikaanse marimba) of percussie. Maar vooral twee gitaren en twee stemmen, dus. En die stemmen staan aanzienlijk meer centraal dan die gitaren.

Oef.

Er gebeurt niet veel, dus. Schaarse instrumentatie, dat kan hè. Nick Drake gebruikte alleen stem en akoestische gitaar, en in één nummer ongeveer drie toetsen van een piano. Maar dat album duurt 28 minuten en dat begint al een sleur te worden, het is net op tijd voorbij. Dit album duurt dus 72 minuten in de cd-versie, of oorspronkelijk een goeie 50.

Oef.

Het album begint sterk, vandaar de subtitel, met opener ‘Lam tooro’. Mooie sfeervolle gitaarmelodie en er wordt (onverstaanbaar uiteraard, maar gezien mijn muziekesthetiek waarin de stem alleen maar een instrument is, niet een medium voor teksten, is dat geen enkel issue, eerder een voordeel) fraai overheen gezongen. Je denkt oké, dit kan interessant worden. Het heeft iets bezwerends.

Maar daarna wordt het, tot het reeds geroemde ‘Seliham’, een grijze blubber aan vooral zangklanken waarin niks gebeurt. Dit album werd na de release – en nog steeds – door jan en alleman de hemel in geprezen.

Ik begrijp er niks van. Spoiler: ergens in de toekomst komt bijvoorbeeld Ali Farka Touré langs. Niet om alle West-Afrikaanse muziek op een hoop te gooien, maar dat is veel en veel mooier en vooral boeiender.

Non, merci. Een puntje erbij vanwege de kortere duur van het oorspronkelijke album, maar als ik er nog een punt bij zou doen en dus op een driesterrenreview uit zou komen zou ik het album op een lijn scharen met bijvoorbeeld Johnny Cash – en dat is toch echt aangenamer om te luisteren.


Ontdek meer van ivo-habets.nl

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.