#131 Elvis Costello – This year’s model (1978) 10/10

Eindelijk raak voor Declan Patrick MacManus

Album 131 alweer, naast alle albums die ik met de podcast mee heb geluisterd, de twee Nederlands/Belgische toevoegingen (dat verklaart het nummer 140 bij Bad Brains – dat was het totale aantal albums uit de uitgebreide lijst, nu 141 dus) en de twee toevoegingen die ik zélf heb gedaan. We hebben nog geen spoor gezien van the Beatles of the Rolling Stones of Led Zeppelin, en pas een enkel teken van leven van David Bowie. The Who en Metallica hebben al bijna al hun verschijningen op de lijst aan de orde zien komen en Elvis Costello is zelfs al voor de vierde keer aan de beurt. Hij heeft zes vermeldingen overigens. Over ‘Brutal Youth’ concludeerde ik dat dat die ene te veel is. ‘My aim is true‘ en ‘Imperial bedroom‘ konden zeker op waardering rekenen, maar niet op veel enthousiasme. Maar dit, dit is een geweldig album!

Elvis Costello laat hier zijn grote klasse zien en verdient hier in 42 minuten (eigenlijk zelfs maar 36) zijn reputatie als vermaard songwriter. We krijgen hier het ene na het andere schitterende, bijna perfecte popliedje voorgeschoteld. Popliedje, ja. Dit is wat mij betreft de archetypische new wave, en niet The Cars en al helemaal niet Culture Club, twee bands die volgens hun wikipedia-pagina new wave-bands zijn. Nee, dit is new wave. Muziek waaraan je de energie van punk nog hoort, met een rocksound maar met beduidend meer finesse en muzikale klasse dan punk ooit zal bereiken en met een diverser instrumentarium. Dat neemt niet weg dat dit album volstaat met popliedjes – heerlijke melodieuze liedjes met een kop en een staart, waarin de vocale melodie veel meer centraal staat dan instrumentale power en die in de meeste gevallen uitnodigen tot instant meezingen. Dat maakt dit geen popmuziek, maar wel popliedjes. Net als the Beatles. Waarmee meteen een grote invloed is genoemd, hoewel volgens Costello the Rolling Stones ten tijde van ‘Aftermath’ de grootste invloed waren. En ja, dat is goed voorstelbaar.

Behalve de klasse van Costello als songwriter heeft dit album nog een troef. Die is afkomstig van Mick Nieve. Dit was het eerste album dat Costello opnam met wat decennia lang zijn begeleidingsband zou zijn: the Attractions. En die bestaan uit bassist Bruce Thomas, de uit een andere familietak afkomstige drummer Pete Thomas en toetsenist Mick Nieve. Met name Pete Thomas heeft een enorme reputatie als drummer – voor dit type muziek. Maar op dit album is het Nieve die het ene na het andere nummer opsiert met heer-lij-ke orgelmelodieën. Dát is, zoals gezegd naast de kwaliteit van het songmateriaal, wat er onmiddellijk uitspringt op dit must-listen-album. En het is ook wat deze muziek fundamenteel anders maakt dan de punkexplosie van de voorgaande twee jaren, die in 1978 alweer uitgeraasd was.

Luister hier gewoon naar. Geniet van juweeltjes als ‘This year’s girl’, ‘The beat’, het heerlijk loom swingende ‘Pump it up’ (voor mij het eerste Costello-nummer dat ik via een compilatie leerde kennen), ‘(I don’t want to go to) Chelsea’ of ‘Lip service’. Of, van de twee aan de remaster toegevoegde nummers die ik per ongeluk mee heb geluisterd, ‘Radio, radio’.

36 (of 42) minuten puur muziekplezier. Meer hoef ik er eigenlijk niet over te zeggen.

Nu ja, nog een ding. Is dit een 10 of een 9? Ik vind het een nét te veel, omdat het daarvoor net dát mist, dat onbenoembare (wellicht het popkarakter in negatieve zin – de muziek mist net iets van uitdaging van de luisteraar), maar het ander eigenlijk te zuinig, ook gezien mijn eerdere terughoudendheid bij Costello. Ik ben lief vandaag.


Ontdek meer van ivo-habets.nl

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.