#129 The Velvet Underground (1969) 10/10

Een rommelige zootje? Welnee, een briljant meesterwerk

Ik weet weer eens niet waar ik deze beschouwing moet beginnen. Maar de reden is deze keer een andere dan gebrek aan inspiratie: hier is zo veel over te vertellen!

Laten we maar eens beginnen met The Velvet Underground. Ik heb er iets mee, zonder meer. Hun debuutalbum met Nico – voor de mensen die echt onder een muzikale steen leven: dat album met die banaan – vind ik een absoluut meesterwerk en het heeft zelfs lange tijd in een van de mooie frames die ik heb als kunstwerk aan de muur gehangen. Niet vanwege die hoes, maar als eerbetoon. De volgende twee albums – waaronder dus dit – heb ik ook maar ken ik minder goed. Een deel van de nummers van dit album ken ik eigenlijk beter van de live-uitvoering op de tribute-cd die Bettie Serveert ooit maakte. De mannen van de podcast hebben een hekel aan The Velvet Underground, op één (ik meen Marty) na, maar dat is wel vaker het geval bij muziek die ver van de gebaande paden afgaat.

Dit is opmerkelijk genoeg gezien de titel dus niet het debuutalbum maar het derde album. In zekere zin was dat debuut met de banaan trouwens ook ‘eponymous’ (“naamgevend” is de vertaling van Van Dale), alleen dan met de naam van de band + Nico. Op dit album is er een grote verandering ten opzichte van de eerste twee albums: multi-instrumentalist en songwriter John Cale was vertrokken en in die eerste hoedanigheid vervangen door Doug Yule. Lou Reed schreef alle songs. Waar ik wel iets heb met The Velvet Underground, heb ik dat niet echt met Lou Reed. Ik heb een paar van zijn solo-albums en die kunnen mij niet echt boeien.

Dit wel. Holy moly, wat is dit een goed album. Zeer opmerkelijk is hoe het begint. De ‘sequencing’ van een album komt hier wel vaker ter sprake. Het album opent met ‘Candy Says’, een uiterst rustig, gevoelig liedje. Niet bepaald een typische opener dus. Maar het werkt. Dit album bevat nog een paar van dat soort liedjes en daar is het ook voornamelijk bekend om. ‘Pale blue eyes’ is blijkbaar veruit het populairste nummer van het album en dat staat ‘back-to-back’ met ‘Jesus’ dat door Reed samen met Yule – die ook zingt op ‘Candy says’ – samen gezongen.

Wie ook mag zingen is drummer Maureen (‘Moe’) Tucker. Daar kun je best wel over discussiëren. Ze zingt een soort achtergrondzang of eigenlijk tweede stem op ‘The murder mystery’ en mag helemaal alleen slotnummer ‘After hours’ zingen. Haar gebrek aan talent als zanger overtreft haar gebrek aan talent als drummer – ze staat bekend om haar minimalistische drumstijl. Het zingen op beide nummers maar vooral op het ‘laatste-rondje, we-gaan-sluiten’-nummer is bijzonder wiebelig. Maar ook hiervoor geldt: op een merkwaardige, bijna hypnotische manier werkt het wel. Het liedje is een regelrechte oorwurm. En trouwens, wie beweert dat Nico wel kon zingen moet een pilletje slikken, of misschien stoppen met pilletjes slikken.

Toch… de hoogtepunten van dit album zijn voor mij de uptempo rockers en het enige echt experimentele nummer. De eerste categorie bestaat uit het ge-wel-di-ge ‘What goes on’ en het zo ongeveer nog ge-wel-di-ger ‘Beginning to see the light’. Op dat eerste nummer speelt Doug Yule een orgelpartij die uitzonderlijk simpel is – ik heb de neiging mee te willen spelen en ik denk dat mij dat lukt* – maar zo bizar effectief. Het nummer stijgt op als een Space Shuttle door die simpele orgelakkoorden. ‘Beginning to see the light’ is een beest van een song en trouwens ook het hoogtepunt van de genoemde Bettie Serveert-cd.

*check: dat klopt. Er is geen kunst aan. Het nummer bestaat opmerkelijk genoeg alleen uit majeurakkoorden, zeer ongebruikelijk. En die geweldige passage is A-G-D, supersimpel om te spelen. Het enige andere akkoord in het nummer is een C, het meeste basale akkoord dat er is. Leuk om te doen!

En dan is er het al genoemde ‘The murder mystery’. Waar The Velvet Underground op de eerste twee albums alle hoeken van het muzikale universum opzoekt en soms vooruit duwt, kleurt dit album veel meer binnen de lijntjes. Behalve op dit nummer. Het schuurt, het is ongemakkelijk, doet soms bijna pijn aan de oren, het is (te) lang. Kortom: een fantastisch nummer, dít is muziek die uitdaagt en amuseert! Natuurlijk heeft het de minste Spotify-streams. Oké, het duurt bijna negen minuten (en dus meer dan 20% van het album, dat uit negen nummers bestaat), maar mensen zouden zichzelf ook eens willen ontwikkelen… niet dus.

En nee, het album is niet perfect. ‘Some kinda love’ is een beetje een Grateful Dead-americana-achtig nummer dat veel minder boeit. Maar ach, voor je je daaraan stoort begint het o zo mooie ‘Pale blue eyes’.

Mensen, luister dit album, geef het overigens meer dan een luisterbeurt want het kan even wennen zijn, en geniet van dit meesterwerk. En zeker ook van ‘The murder mystery’.


Ontdek meer van ivo-habets.nl

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.