Ik was erbij!
De zomer van 1992 was voor mij die zomer waarvan je er maar één meemaakt. Ik deed eindexamen, dus ergens in mei was ik klaar met school en ergens begin september begon het collegejaar. Je moet daarna tot je 68e wachten om weer een keer zo lang niks dringends te doen te hebben, tenzij je zo spaarzaam bent dat je onbetaald verlof kunt nemen – quod in mijn geval non. Een van de dingen die ik in die eindeloze vakantie deed was Pinkpop bezoeken. Toen nog een festival van één dag. Daardoor was ik van twee dingen getuige die ik me nog erg goed herinner: een festival in de zeikende regen, en misschien wel het meest legendarische optreden uit de geschiedenis van het festival.
Googel maar op ‘legendarische optredens Pinkpop’. Dan komt als eerste het optreden van Pearl Jam in de regen van 1992 bovendrijven, gevolgd door Rage against the machine een jaar later.
Ik kan me eerlijk gezegd niet meer herinneren of ik het album ‘Ten’, het in 1991 verschenen debuut van Pearl Jam, al kende. Ik denk het eerlijk gezegd niet, met uitzondering van de hitsingle ‘Alive’. Ik zat nog vol in mijn transitie van metal-tiener naar alternatieve student, de muziek van Pearl Jam zat net op de grens van mijn comfortzone.
Op de een of andere manier raakte dit album van Pearl Jam bij heel veel mensen precies de goede snaar op precies het goede moment. Dat rare moment in de geschiedenis, drie jaar na de val van de Muur, iets meer dan een jaar na de Duitse hereniging, toen in ons Europa de vrede was neergedaald, de oude altijd aanwezige spanning van de Koude Oorlog met een zo duidelijke scheiding tussen goed en kwaad was verdwenen, iedereen opeens vrij was en geen idealen meer hoefde na te streven (de ene kant was niet meer nodig, de andere was belachelijk geworden) en dus wegzakte in een doelloze depressie. Daar komen we bij the Smashing Pumpkins nog wel op terug…
Pearl Jam kwam op dat moment tot ons op de golven uit Seattle. Maar waar bijvoorbeeld Soundgarden te metal-achtig was net als Alice in Chains, en Nirvana te punky (luister maar naar debuutalbum ‘Bleach’), daar bleef Pearl Jam wat meer tussen de lijntjes – hoewel Nirvana vermoedelijk meer platen verkocht – met een melodieuze aanpak. Zowel de stem als het uiterlijk van Eddie Vedder zullen geholpen hebben. Het is zonder meer een erg mooie man en zijn stem is echt een van de beste die ik in de ruim 120 albums tot nu toe ben tegengekomen. Voor de mensen die daarvan zijn, teksten waarin echtscheiding en gemengde huwelijken een kleinere of grotere rol spelen zullen de leden van de ‘latch key generatie’ – de eerste generatie die volop te maken kreeg met gescheiden ouders – waar ik toe behoor geraakt hebben.
Het is misschien niet foutloos maar echt een waanzinnig goed album. De drie duidelijke hoogtepunten van dit album zijn stuk voor stuk zó goed dat ze elk zonder meer thuishoren in de top tien van beste nummers die ik tot nu toe in dit project heb geluisterd: het ontzettend stemmige en mooie ‘Black’, een van de sterkste rockballads ooit, het dynamische ‘Alive’ met de (misschien niet enorm virtuoze, maar uiterst effectieve en) geweldige gitaarsolo en het aangrijpende en meeslepende ‘Jeremy’. Dat laatste nummer ben ik bij de intensieve beluistering van deze week meer en meer gaan waarderen. Het fascinerende is dat het nummer niet eens een gitaarsolo heeft, waar dit album er voor de rest genoeg van heeft.
Over sologitarist Mike McCready gesproken… Die speelde in die tijd altijd op een Fender Stratocaster, net als Jimi Hendrix. En in zijn solo’s zit hij vaak te pielen met een wah-wah, net als… Om het nog duidelijker te maken: hij speelde ook op een linkshandige Strat, met de snaren verkeerd om (en dus goed om, als je snapt wat ik bedoel), zoals Hendrix als linkshandige op een rechtshandige Strat speelde met de snaren omgedraaid. Invloed? (niks mis mee)
Zeuren over de minder goede nummers? Ach nee.
Dit album moet je gewoon luisteren, want dit is een van die albums waar de titel van het boek zonder enige discussie op van toepassing is. Overigens is dit het enige album van Pearl Jam op de lijst, en ook het enige dat ik heb. De band heeft in extreme mate last van het vaker voorkomende (in muziek, maar ook in literatuur of bij filmregisseurs) ‘onovertroffen-debuut-syndroom’. Een goede vriend van mij die anders dan ik wél de band bleef volgen nam mij ooit mee naar een concert in de Gelredome. Leuk, jawel, maar ik kwam niet in de verleiding meer albums te kopen en het waren toch vooral de nummers van ‘Ten’ die eruit sprongen.
Maar hee, het is ook nogal een onmogelijke uitdaging om te proberen dit album te evenaren laat staan te overtreffen…

Ontdek meer van ivo-habets.nl
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
